Jaap van Veen – column

Jaap van Veen vertelt maandelijks zijn ervaringen in “de column van Jaap””

27 – Anderhalve meter

26 – Vakantievreugd

25 – Slecht weer

24 – Onkruid

23 – Virus, het nieuwe normaal

22 – Netwerken

21 – Magische momenten

20 – Dries

19 – Zeevrouw

18 – Grijs

17 – Grasvakantie

16 – Eilandgevoel

15 – Panspermie

14 – Ik versta je niet

13 – VAR

12 – Muziek

11 – Racebaan

10 – Voetballers vs Tennissers

8 – Zijn jullie al begonnen?

7 – Kan ik iets voor je doen?

6 – Buitengewoon

5 – Ijkpunten

4 – Hoe bedoel je ook alweer?

3 – Hoe bedoel je?

2 – Focus

1 – De Vraag

27 – Anderhalve meter

Inmiddels wennen we langzamerhand aan de anderhalve meter samenleving. Ik merk inmiddels dat ik verbaasd ben en het ongemakkelijk vind als ik op tv naar een programma kijk wat langere tijd geleden is opgenomen, en mensen met elkaar zie dansen,  knuffelen en dat soort dingen wat meer lijkt op de  -15 cm. samenleving.

Ook binnen de Zware Jongens heeft  de anderhalve meter samenleving zijn intrede gedaan. Hoewel direct gezegd dient te worden dat in sommige gevallen de anderhalve decameter afstand meer gewenst is als een onzer wederom zich tijdens de avondmaaltijd niet heeft beperkt tot een laf soepje en een stukje brood.

De anderhalve meter samenleving van de Zware Jongens kenmerkt zich door grote verscheidenheid waarin we dit ervaren. De een is nog slechts anderhalve meter verwijderd van de absolute top, de ander is anderhalve meter verwijderd van zijn pensioen, een derde is anderhalve meter verwijderd van de kantoorhumor, een vierde heeft het mega zwaar omdat de anderhalve meter afstand zich slecht leent voor het handen schudden, weer een ander gaat zwaar gebukt onder de anderhalve meter afstand die hij van vrouwelijk schoon dient aan te houden, persoonlijk sla ik mij er eenvoudig doorheen door ballen anderhalve meter uit te slaan en een van ons vindt anderhalve meter bier echt het minimum…kortom het valt niet mee.

Maar het moet gezegd: de anderhalve meter is in vele gevallen zo slecht nog niet. Meer ruimte geeft meer lucht . Meer lucht geef meer zuurstof. Meer zuurstof geeft helderde luchten en geesten. Een heldere geest geeft goede ideeën, goede ideeën zijn nodig om het nieuwe normaal een vaste waarde te geven in onze samenleving.

Even tussendoor en vooral persoonlijk, (maar daarom schrijf ik dus dit stukje en mag ik dit hier onthullen, want het is immers van mij): met het nieuwe Normaal wordt niet een nieuw uit de klei getrokken boerenpummelrockbandje met nog saaiere en fantasielozere muziek dan Status Quo, een in mijn jeugd bij sommige jongeren populaire rockband aan wie verboden werd meer dan 3 akkoorden te hanteren. Wat niet geheel toevallig is natuurlijk, want Status Quo = bestaande toestand, en we willen daar juist van af en over naar het nieuwe normaal. Dus weg met Normaal en Status Quo. Maar zoals gezegd, dit terzijde.

We moeten het positief zien: het nieuwe normaal zal verluchtiging en verlichting geven in de nieuwe samenleving. Je moet af en toe afstand nemen om een situatie goed te kunnen aan- en beschouwen en vervolgens te veranderen. Daartoe worden we dus nu gedwongen. Ik kijk uit naar een bruisend decade en ga er van uit dat rond 2030 het nieuwe normaal een nieuwe wereld heeft gecreëerd. Er komt sowieso door de anderhalve meter meer ruimte, want minder kinderen , lijkt mij.

Jaap van Veen

26 – Vakantievreugd

Vakantievreugd #1 Provence
Je waant je in een klein dorpje diep in de Provence.

Ik slenter door steegjes en straatjes van een klein Gelders stadje, terwijl de zon brandt op de witte huisjes.

Doodse stilte, alleen het knisperen van mijn schoenen over het korrelige grind en gruis wat weerkaatst tegen de gesloten vensters.

Ik ben het zelf. Zo hoort dat. Knisperende stilte en mezelf. Vakantie. Rust. Alleen. Heerlijk.

Vakantievreugd #2 Börk veur Börk

Ping. Whatsápp.
“Welk lied?”

Setlist: “Welke nummers doe jij Jaap?”

Nadenken. Doet pijn in de vakantie. Moet ik toch weer piekeren. Toch weer keuzes.

Ik wil alleen maar hoeven nadenken of ik genoeg drank in huis heb en wat ik vanavond ga eten.

Welk lied? 3 van de 4 zijn oké. Ik schrap er een en vervang die door mijn lievelingslied.

“Binnen zonder kloppen”…Zo zie ik dat graag.

Ik mis Cuby

Ik mis de Blues.

Hier in de hitte en droogte mis ik de natte ogen van de blues.

Mijn reply wordt: “Windows of my eyes”.

Ik kijk door de kieren van mijn ogen  naar het beeld.

Kippenvel in de warmte.

Rilling van de Blues.

I’m Home.

Börk.

Bórk veur Börk light

Vakantievreugd #3 Terras_1.

Even alleen op pad. Geocachen, fietsen. Hobby’en

Tijd voor terras in de schaduw bij 30 graden. Tijd voor Chardonnay.

Maar dan in een stadje in  Gelderland bij “De Waag”

Beslagen glas.

Alcohol stijgt lichtjes tot een weldadige relaxte roes.

En dan ouderwets een schriftje met een pen. Spontaan ga ik wat dingen opschrijven.

Gerard Cox nog lang niet in zicht of te horen.

Vakantievreugd #4 terras_2.

Ik zit alleen op nog steeds hetzelfde terras

Een bezwete fietser gaat aan een tafeltje tegenover mij zitten. Ook een man alleen.

Hij drinkt een halve liter bier en eet een kersenvlaai.

Ook vakantie dus. Je doet wat je wilt, geen verplichtingen. Hij ook niet dus.

Bier en taart. Je kunt ook te ver gaan.

Maar te ver in je hoofd is nooit te ver.

Overal thuis waar je jezelf bent.

Bier en taart

Wijn  en Blues. Ieder zijn reis.

Vakantievreugd #5 Het refrein.

Het refein is af. Het hele lied is af. Eindelijk weer eens wat geschreven en gecomponeerd. Ooit hoop ik dit ergens te brengen. Voor jullie de primeur:

“Westerbork, ach mien Börk

Centrum van ons leven;

Waar geen mens een nummer is;

Veel nemen, nog meer geven

Wat we ioen of wie we zijn;

We zullen altijd samen zijn;

Er is niet mooiers dan een echte;

Börker te zijn”

 

En waar we gaan, en waar we staan,

We komen altijd weer terug.

Het bloed stroomt waar het niet kan gaan

We komen naar het Hart terug

Ach mien Börk!!!”

————————————–

25 – Slecht weer

“Door het slechte weer staan er files op de volgende wegen”
Dit soort berichten op de radio maken mij altijd bijzonder vrolijk. Wat ben ik toch blij dat ik hier in Westerbork woon.
De enige files van betekenis die hier voorkomen zijn de rij voor de tap tijdens de Nacht van Börk, de rij voor de tap tijdens het oudejaarsfeest bij Meursinge, de rij voor de tap op oudjaarsdag bij “Het Wapen”
en de rij voor de tap tijdens de thuiswedstrijden van VKW. De kortste file is trouwens altijd in ons onvolprezen clubhuis/kantine, met name op woensdagavond. . Eén keer per 7 minuten staat er iemand , wachttijd 1 minuut. Nog vrolijker word ik van de uitspraak “slecht weer”. Want wat is slecht weer? Persoonlijk vind ik de droogte van de afgelopen 3 jaar slecht weer. Ik snap niets van mensen die direct beginnen te klagen als het even regent. Kijk, dat ik regen altijd fijn heb gevonden (lees de column “Grijs” er maar even op na), is niet echt normaal, dat weet ik. Maar na 3 maanden Afrikaans aandoende droogte is het toch heerlijk als de sloten weer gevuld worden en het groen weer opfrist. Je ziet alles en iedereen opleven. Helaas is het beleid er nog steeds gericht om water wat in ons landje valt met 100 km/u weer af te voeren, maar goed, zo zijn we groot geworden en moeten we de inzichten van het verleden eren, maar het wordt wel tijd om de omgekeerde weg te gaan bewandelen lijkt mij. Slecht weer bestaat vrijwel niet. Wat voor de filerijder slecht weer schijnt te zijn, is voor de boer bijvoorbeeld fantastisch weer. Hoewel: Een boer zal dat nooit zeggen, want die heeft twee vaste rituelen: Subsidies aanvragen en klagen. Een strakke zuiden wind bij een graadje of 24 is voor een zeiler fantastisch weer, maar voor de ijsmeester van de Kruumtsedrei slecht nieuws. En voor de boeren natuurlijk, want de boel droogt uit of de jonge aanplant wordt gezandstraald. Strenge vorst is voor heel schaatsminnend Nederland en de ijsbanen goed nieuws, maar niet voor bewoners van slecht geïsoleerde huizen . En niet voor de Kruumtsedrei, want vergeten te maaien. En niet voor boeren natuurlijk, want de voorraad bevriest. Slecht weer, het bestaat in mijn ogen niet. Behalve mijn regelmatige verzuchting op woensdagavond: mijn taptechniek .Wat was die slecht weer. Er stond bijna een file.

24 – Onkruid

Ik las de aprilbijdrage van onze gewaardeerde voorzitter en mijn oog viel op de strofe:
Ondanks de sluiting van het park heeft het baanonderhoud plaatsgevonden en zijn de banen bewerkt met speciale bacteriën. Zodat, als we weer mogen tennissen, de banen er top bijliggen!’
Daar is geen woord van gelogen. Sluiting klopt, baanonderhoud klopt, top bijliggen klopt.  Het moet gezegd: nu we weer de baan op mogen liggen ze er fantastisch bij. Groot compliment aan degenen die hiervoor zorgen! Maar wat ik fascinerend vind: met behulp van bacteriën! Je ziet ze niet, maar ze doen, althans in dit geval, geweldig werk, de baancommissarissen en de bacteriën. Ik stel me die bacteriën altijd voor als hard werkende klein mannetjes met schepjes en pikhouwelen die alle onrechtmatigheden met geweld verwijderen. Even een zijsprongetje: Dat is het meest merkbaar als je wat bacteriën hebt in een ontstoken kies. Dat snap je die pikhouwelen wel. Maar goed: enorm nuttig zijn ze, overal. Ik vind het dan ook vaak zeer pijnlijk te zien als ik tractoren over de akkers zie rijden met daarachter grote spuitwagens vol, wat mij betreft gif, wat de boeren betreft gewasbeschermingsmiddelen,  die alles wat leeft vernietigen, onkruid en ja ook onze vriendjes de bacteriën. En dan dat onkruid. Wat is onkruid? (niet te verwarren met onkruit, een anti militairistische groepering in de jaren 70 en 80, die ook niets anders om handen hadden, want de werkloosheid was toen groot, maar dit terzijde) De definitie van onkruid zal wel iets zijn als “ongewenste begroeiing”.
En  ja daar gaan we: een orchidee tussen de aardappelen is onkruid. Een roos tussen de tulpen ook. Een voetballer op een tennisbaan? Er zijn mensen die een madeliefje of een paardenbloem  in een grasveld als onkruid beschouwen. Dat mag, maar ik snap het niet. Ik houd van onkruid. Taaie overlevers die zich door niets of niemand laat vernietigen. Ik snap dan ook weinig van mensen die met gif, vuur of azijn proberen de mooie groene begroeiing tussen de tegeltjes proberen weg te krijgen. Ik zou zeggen: haal de tegeltjes weg en laat de begroeiing zijn gang gaan, dat is voor iedereen beter.
Ik denk trouwens dat onkruid zoveel waardering heeft voor bacteriën dat het uit beleefdheid zich niet op de tennisbaan zal begeven. Maar onkruid snapt ook wel dat ze het uiteindelijk zullen moeten afleggen tegen die bacteriën, net als wij. Het leven is miljarden jaren geleden begonnen met bacteriën en het zal er mee eindigen. En in de tussentijd kunnen wij gelukkig weer tennissen op een strakke prachtige baan. Dank daarvoor.

23 – Virus, het nieuwe normaal

Je ontkomt er niet aan deze dagen. Het virus. Het leven wordt er volledig door beheerst. Meningen, opvattingen, beweringen en nepberichten buitelen over elkaar heen. En Ik? Ik weet het niet. Ik voel me geen deskundige , hoewel ik dat, nu als u waarde lezer, uiteraard wel ben. We zijn allemaal getuige en slachtoffer van een redelijk unieke gebeurtenis. Een minuscuul  organisme dat ons allen in de greep houdt. Voor de meeste van ons figuurlijk, voor een aantal ook letterlijk.
Maar ik voel me niet geroepen om mijn verbazing uit te spreken dat je hier op kon wachten. Waar de natuur het genoeg vindt, vindt de natuur het genoeg en gaat over tot uitroeiing. Ziektes in het verleden, pest, Spaanse griep,  Sars enzovoort komen er niet voor niets. De natuur grijpt in. We zijn met teveel en leven te dicht op elkaar (persoonlijk vind ik voor heel veel mensen die ik tegenkom 1,5 meter afstand nog veel te dichtbij, een paar anderen kunnen mij niet dicht genoeg naderen). Ik roep het al jaren , maar dan vooral  thuis in de badkamer: “Wij zijn allemaal heel vreemde dingen aan het doen. We zijn gek geworden en hebben grootheidswaanzin: Alles moet meer, groter, beter, uitbundiger. Niemand mag ziek worden, we moeten allemaal 110 jaar oud worden enzovoort. Van wie moet dat eigenlijk? We raken in paniek als de groei afremt, dan spreken we over verlies…Hallo: de GROEI remt af, we groeien dus nog steeds, maar iets minder snel. We kunnen nu in plaats van 2020 pas in 2021 onze derde auto, het weer grotere huis of de vierde vakantie vieren. Tevredenheid is een groot goed, alleen zijn we een beetje vergeten hoe dat voelt.

Ik voel me ook niet geroepen om onze leiders te bekritiseren over de door hen gemaakte beslissingen. Ik ben geen geboren leidsman of deskundige op sociaal of medisch gebied . Ik heb groot respect voor de mensen die in deze tijden doorlopend op complexe vragen antwoorden moeten geven. Ik hoop dat we in het post corona tijdperk gaan meemaken dat deze wijze manier van het observeren van de maatschappij en daar verstandige inzichten en maatregelen op los laten door onze roergangers voortduurt, sterker nog, de maatstaf wordt.  Al die scherpe door ons zelf gecreëerde verschillen tussen mensen en partijen in onze maatschappij blijken in tijden van nood toch minder scherp te zijn. Laat de inzichten verscherpen en de verschillen vervagen.

Ik voel me ook niet geroepen of kundig genoeg om een uitgebreide filosofische observatie hier neer te pennen, of een gedetailleerde toekomstvisie te neer te zetten, anders dan: denk eens na, gebruik nu eens je gezonde verstand!

Ik voel me wel geroepen te hopen dat onze maatschappij door al deze toestanden nu wel inziet waar ons rijke en super georganiseerde land op drijft: Op de kurk van de inzet, kennis en kundigheid van de diegene die aan de basis staan van deze organisatie: De verzorgende en dienstverleners. Ik mag toch hopen dat onze overheid en bedrijven als alles een beetje achter de rug is, tijdens de komende cao onderhandelingen het belang van en waardering voor deze beroepsgroepen net zo hoog in het vaandel hebben als nu dagelijks wordt geroepen! En dat al die mensen die in die sectoren werken aan het eind van de maand kunnen zeggen: He! We worden inderdaad naar waarde geschat!

Ik voel me ook geroepen om te hopen dat iedereen als de “normale” tijden terugkeren direct denkt: Hoezo zijn we nu terug bij normaal? Wat is normaal? Wat is het nieuwe normaal? Veel mensen hebben waarschijnlijk ook ervaren dat het best fijn is dat je een tijdje wat minder hard kan en moet lopen, dat het wat stiller is om ons heen. Dat een vergadering ook in een kwartier met een kop koffie en een mariakaakje kan worden afgewikkeld in plaats van twee uur en een copieuze lunch.  De lucht lijkt even letterlijk en figuurlijk geklaard. En het mooiste: De Natuur staat niet stil.  Die trekt er zich verder geen bal van aan. Het gras groeit verder, de bomen en struiken krijgen weer bladeren, vogels keren terug, lammetjes geboren , gewoon normaal, zoals de natuur altijd normaal doet. Behalve als zij denkt: “Ze gaan weer te ver: even een spaak tussen de rondtollende door grootheidswaanzin gedreven op geld en macht beluste wielen steken”. Even pas op de plaats. Even terug naar het desnoods nieuwe normaal. Even van  1,5 meter afstand  bekijken  hoe het ook al weer kan zijn.

Ik roep het: Doe normaal. Dat is niet nieuw, maar misschien moest dat weer even doordringen.

22- Netwerken

Netwerken. Hoe langer je op deze aardkloot rondloopt, des te meer ga je het belang inzien van netwerken. Iedereen moet links en rechts iemand  kennen om gezamenlijk een fijn netwerk van kennis en kracht te vormen.  Kennis is macht, dus een uitgebreid netwerk van kennis en kennissen is machtig. Het woord “net” heeft in Nederland meerdere betekenissen. De belangrijkste is net in de zin van netjes. Nederland was tot een jaar of 25 geleden best wel een net en aangeharkt landje. Hoewel over net in de zin van “zich keurig gedragend” wel een en ander af te dingen valt. Ik denk dat men daar in de Gouden Eeuw en onze voormalige koloniën wel anders over denken. Maar goed. De frisse groene zeep lucht vermengd met spruitjes symboliseerde na de oorlog de sfeer in ons keurige landje. Daar is behoorlijk de klad in gekomen naar mijn idee. Niet in het laatst door de invoering en ontwikkeling van de moderne media. De talrijke zegeningen hiervan hebben ook duidelijk hun schaduwkanten. Ik kan daar vanuit mijn werk fijne staaltjes van vertellen, maar opvoeding en discretie houden mij hierin tegen. Niet netjes. Maar het sociale digitale netwerk is wel een must om een professioneel netwerk op te bouwen, zeker als je net werkt.

Het betere netwerk komt zeker tot zijn recht op de tennisbaan. En dan bedoel ik niet alleen het 3 uur lang netwerken aan de bar na 3 kwartier tennissen. Nee, ik bedoel ook het fijne netwerken op de baan. Een keiharde  smash die heerlijk via de net rand een andere koers gaat varen, waardoor de tegenstander vertwijfelt zinloos lucht staat te verplaatsen met zijn racket. Heerlijk. Dat er dan verwacht wordt dat ik “sorry” zeg bevreemdt mij zeer. Dat heb ik reeds in een eerdere column ( zie column 9. Tennis vs Voetbal) uitgelegd. Hoezo moet ik mij verontschuldigen voor het gebruik van netwerk? Het net is toch een onderdeel van het spel? Het is de ultieme manier om adequaat gebruik te maken van het netwerk. Na de partij kun je altijd nog even met je tegenstander tijdens de netwerkborrel in de kantine het gebruik van het net evalueren, maar als ik via een aantal netballen net heb gewonnen, sta ik net wat lekkerder te bieren. Het netwerk op de tennisbaan brengt een scheiding aan tussen mensen. Het netwerk naast de tennisbaan verbindt mensen. Ik zou van beide netwerken optimaal gebruik maken als ik u was. En welk netwerk je het belangrijkst vind is maar net hoe en op welk moment je het bekijkt.

21 – Magische momenten

Ik heb onlangs een magisch moment beleefd.

Ik hecht weinig aan het vieren van verjaardagen , althans die van mezelf. Toch was het dit keer anders. Mijn zesde kroonjaar werd ander gevierd dan ik voor ogen had. Ik werd verrast door de komst van  de Zware Jongens. Buiten mijn weten om was dat met het thuisfront bekokstoofd. Het was ontroerend magisch. We vierden het halen van een ,volgens mij respectabele leeftijd, volgens anderen de start van het begin van het einde We deden dit  op de ons vertrouwde manier. Een drankje, een hapje en sterke verhalen en janken van het lachen.

Magische momenten zijn momenten die je de rest van het leven niet meer vergeet. Zo zal ik mijn eerste biertje nooit vergeten: 7 juli 1974. Ik heb daar eerder over geschreven: Tijdens de WK finale (voetbal natuurlijk) kreeg ik mijn eerste flesje bier. Ik vond er niets aan, dus nam nog een tweede.  De dag eindigde in een miniramp. Ik werd twee keer ziek. Van de uitslag en van de aanslag op mijn lijf. Magisch was de winst van Feijenoord op Celtic, waardoor Nederland zijn eerst Europacup binnen sleepte. Magisch was ook de EK winst in 1988, waarbij ik het geluk had in het stadion aanwezig te zijn. Sterker nog : Ik zat precies in de lijn van de goal van Van Basten. Wereldgoal, die tot op heden nog herhaald wordt en tot nu toe de enige toernooiwinst van het Nederlands elftal. Twee unieke belevenissen in anderhalf uur tijd. U leest het goed: voetbalmomenten, ik ben nu eenmaal fan. Ik beleefde zelf ook als voetballer onvergetelijke momenten. Mijn debuut op vrij hoog amateurniveau als 15 jarige. Een wereldgoal toen ik in het Noord Nederlands jeugdelftal speelde, dat soort herinneringen.

Maar.

Ik denk dat ik het meest magische moment beleefde toen ik,  als vakantiewerker op een camping,  sprak met een begeleider van gedetineerde jongens uit Berlijn. Ik had nachtwacht. Liep dus de hele nacht rond en zag een man zitten op een duin. Ik ging bij hem zitten en hij begon te vertellen over zijn werk als begeleider / opvoeder in de gevangenis. We keken naar de tenten waar deze jongens lagen te slapen. Hij vertelde hoe deze kansloze jongeren (van toen mijn leeftijd) leefden in de grote stad Berlijn. Het was een ver van mijn bed show, maar de wijze van vertellen, de liefde die sprak uit zijn verhaal over zijn werk en de jongeren maakte diepe indruk op mij. Dat iemand zo zijn ziel en zaligheid kon steken in wat misschien door anderen als een kansloze missie wordt gezien, vond ik geweldig. Het was een magisch moment  toen de zon op kwam en hij zei: “Kom, we gaan er weer een mooie dag van maken voor de jongens” Ik ben het nooit vergeten en zál het ook nooit vergeten. Ik hoop iets van zijn gedrevenheid meegekregen te hebben in mijn werk. Ik denk er regelmatig aan, dus ik denk van wel. Onverwachte momenten en gebeurtenissen kunnen onvergetelijke momenten en gebeurtenissen worden. Vrienden op je feestje, onbekenden op je pad, kunnen uitgroeien tot magische momenten. Koester ze.

20 – Dries

We kennen hem allemaal. Iedereen heeft hem wel eens gezien en zijn welluidende stem gehoord.
Iedereen kent deze entertainer en volksheld. Soms is het op het randje wat hij zegt en doet. Maar de knuffelbeer komt er altijd mee weg.
Hij heeft de gunfactor. Ze noemen dat ook wel X-factor. Eerlijk gezegd hoor ook ik hem liever praten dan zingen, dat is waar.
Dries heeft het vermogen de meest baarlijke onzin op een dusdanig overtuigende manier te brengen dat je er echt in gaat geloven.
En dan heeft hij zijn maten. Dan bedoel ik dus niet de fysieke maten, want daar komt geen end aan.
Nee ik bedoel zijn maten in zijn directe omgeving. Bijna dagelijks kun je hem wel ergens horen in een goed gesprek met deze of gene en binnen de kortste keren is de gesprekspartner geheel in de ban van de lokale held en haast zich hem in alles gelijk te geven.
Hij treedt nogal eens op. Hij bezit de gave zijn publiek, wat toch speciaal naar hem toekomt, of naar hem komt luisteren, binnen de kortste keren gerust te stellen .
Je voelt je welkom, een vriend , een gabber een levensgezel, een held.
Eerst had ik niet zoveel met deze Don Juan die menig vrouwenhart sneller doet kloppen.
Ja okay, ik hoorde hem wel eens wat meningen verkondigen waarmee ik het in principe wel eens kon zijn, maar voor de rest interesseerde hij mij weinig.

Maar toen kwam het moment ik hem eens op televisie zag. .

Dat was het moment dat Dries tijdens het tv programma “De Wereld Draait Door” een zin uitsprak die bijna verloren ging door het helse geluid van de eindtune.
Dries sprak de in mij ogen onsterflijke woorden richting de “tafelheer” Marc Marie Huijbregts: “Jij zit hier alleen om de lachers op de hand te krijgen, maar je voegt niets toe”.
BAM!! In de roos, touché….zo waar. Het gekir van de hysterische huisnicht van DDWD stoort mij al jaren.
En de door velen verguisde volkszanger die ik al jaren als volkszanger niet op mijn Spotify lijst heb staan, maar als sidekick van Sven Kokkelberg het laatste jaar begin te waarderen vanwege zij vaak zinnige bijdragen stal voor altijd mijn hart.

Hij zei eindelijk waar het op stond tijdens de immens populaire show.
Hij had weinig of geen tijd gehad om iets te zeggen waarvoor hij eigenlijk met Sven Kokkelberg was uitgenodigd.
Maar in de eindtune…op het ultieme moment….gaf hij de uitzending een koninklijk einde.
Er had daarvoor nog iemand een “leuke” opmerking gemaakt over de gele zwembroek.
Een item dat door iedere zichzelf benoemde humorist of cabaretier al jarenlang wordt
aangehaald….stoffig, verjaard fantasieloos.
Dries pakte zijn wraak in de afkondiging, bijna overstemd door de eindtune fileerde hij de kneus tot op het bot:
“Je voegt niets toe….je probeert alleen maar een lach te scoren”

Een lach vergaat….een statement beklijft voor altijd.

Ik had het natuurlijk over Dries Roelvink.

Ik hoop niet dat u gelachen heeft.

19 – Zeevrouw

Ooit schreef ik, ergens in de eerste helft van de tachtigerjaren van de vorige eeuw een cabaretlied over “De Zeevrouw”.

Samen met mijn cabaretmaatje zongen wij het lied in de IJsselhallen Zwolle, voor 600 man publiek. Het was een feest de deinende mensenzee mee te zien doen.
Het lied zit nog deels in mijn hoofd. Af en toe piel ik nog wat op de gitaar en bij een van die gelegenheden begon ik dit lied weer eens te zingen .
Al zingende kwam ik tot de, niet erg verbijsterende, conclusie dat ik een gedateerd lied aan het zingen was. “Jaja, begin jaren tachtig, dus stokoud lied Jaap” hoor ik u denken.
Klopt , maar ook de inhoud geeft een duidelijk tijdsbeeld. Mensen geboren na het jaar 2000 zullen elementen uit dit lied niet meer herkennen. Daarnaast heeft het ook nog eens, naar de huidige maatstaven, racistische trekjes. Om dit te duiden en om in sfeer te komen zal ik hier het eerste couplet even weergeven. Als begeleidend muziek moet u denken aan een smartlapachtige melodie, een beetje vergelijkbaar met

“Zij heette Bloody Mary, van Tom & Dick”

Het eerste couplet ging als volgt:

“Ik zit hier bij de haard, met de kat op mijn schoot,
Jouw foto aan de wand ,maar de afstand is zo groot
Jij leeft op zee, Ik zie je maanden niet
Wil je niet thuiskomen Het doet me zoveel verdriet”

Refr.

Zeevrouw oh Zeevrouw
Jij schuimt de baren af
Ik denk aan je sterke lichaam
Waaraan ik me overgaf
Zeevrouw oh Zeevrouw
Komt thuis bij je man en je zoon.

Okay, tot nu toe niets aan de hand. Het liedje suddert voort, Maar dan komt het. Een van de coupletten gaat als volgt:

Maar hé! Daar valt een brief, Door de brievenbus op de mat.
“de negers zijn zo lief” Ik ben je dus kwijt, voorgoed, mijn schat!”

In twee zinnetjes wordt mijn leeftijd en racistische inslag geopenbaard. Ik neem u even mee.
Het begrip ”Brief”. Wie schrijft er nog een brief? Wie weet in deze digitale tijd nog wat een brief is? En dan “brievenbus”. Die sleuf in de voordeur waardoor je als je die opende naar de buurvrouw kon kijken,. Ik denk dat er nog weinigen van de huidige generatie weet waar dat ding voor diende. Sterker nog, je ziet er steeds minder. Brievenbussen dan hé, geen buurvrouwen.
En dan het uiterst racistische “negers”. Volgens de huidige maatstaven kan dat echt niet meer. Als ik dat nu op het podium zou zingen, zou ik er vanaf worden gerukt en met pek en veren het dorp uitgejaagd worden. Trouwens, wie weet er nog wat pek is?

Kortom. Aan het eind van alweer het tweede decennium van deze eeuw en in de decemberperiode waarin het begrip tijd en tijdsgeest vaak naar boven komt, kwam ook mijn duistere verleden even naar boven.
De Zeevrouw is nooit meer teruggekomen, ook niet op het podium.
Ik zal mijn leven beteren mensen . Ik ben van plan, na 35 jaar, komend jaar weer eens wat cabaretliedjes te schrijven. Inspiratie genoeg. Ik denk dat u in juli 2020 van mij hoort, ergens op een podium in ons dorp.

18 – Grijs

grijs

Afgelopen zomer was het echt zomerweer. Nog nooit is het zo heet geweest in ons land.
Maar nu is het grijs en druilerig weer. En weet u wat? Ik vind het heerlijk.

Toen ik in 1972 naar het Noorden kwam en nieuwe vriendjes leerde kennen speelden we nog buiten. Een van mijn favoriete speelplaatsen was “De Emmerschans” bij Emmen. Samen met hen  speelde wij riddertje, of cowboytje, iets wat tegenwoordig niet meer gedaan wordt, sterker nog, niet meer mág worden gespeeld in verband met de ongewenste stereotypering geloof ik. Maar ik ging er ook vaak alleen heen. Liefst bij grijs en druilerig weer. Dan zwierf ik rond, op zoek naar konijntjes,  beren en wolven. Mijn fantasie ging op hol,  begeleid door windvlagen gevuld met motregen en voortjagende wolken aan de hemel.  Misschien zou ik wel en vuistbijl vinden of een skelet uit de steentijd. Mijn fantasie deed de rest. tijdens de tocht naar lang vervlogen tijden genoot  ik met volle teugen van de natuur, de gedachten, de eenzaamheid, de stilte.

Ik moest hieraan denken toen ik onlangs in winderig en druilerig weer  door het bos en langs heide en vennen  zwierf in het Hart van Drenthe. Datzelfde gevoel komt dan sterk terug. De mystiek van het verleden kan je hier bijna aanraken, Een rilling liet over mijn rug toen ik een nieuw pad insloeg en een mooie jonge reebok rustig tegen de bosrand zag staan.  Die liepen hier eeuwen geleden ook al rond.

In dit gebied ben ik als vrijwilliger werkzaam als lid van het  Badgerteam Hart van Drenthe. In het mij toegewezen gebied inventariseer ik dassenburchten en observeer op gezette tijden de op de burchten aanwezige dassen. Vele uren heb ik al ’s avonds in de nabijheid van “mijn” burchten doorgebracht. Alleen in en met de natuur . Doodstil zittend en kijken en luisterend naar alles wat zich binnen mijn bereik  afspeelt. De concentratie en focus  loopt dan zo sterk op dat geen muisje, vlindertje of torretje aan mijn aandacht ontsnapt. Iedere beweging wordt geregistreerd. Dit kan alleen maar omdat er geen vervuilende bijgeluiden zijn waar te nemen, want die heerlijke stilte hoort bij ons gebied. Geheel in mijzelf gekeerd en toch met alle zintuigen op de omgeving gespitst: dat is de invloed van de  omgeving en stilte.. Net zoals op die jongen die bijna een halve eeuw geleden rondzwierf op de Emmerschans, met de fantasie als gids: Alles zien,  alles voelen, alles ruiken. Een fascinerend gevoel en imponerende beleving als je ervoor openstaat.

Voor mij is dat de definitie van het leven in ons deel van het land. Het mooie Noorden. Laat gaan die fantasie. Ga terug naar vervlogen tijden. Zoek de natuur op en laat de natuur jouw gedachten voeden en bepalen. De rust en stilte van ons prachtige land komen dan vanzelf binnen . Misschien kom je een ridder tegen, misschien een cowboy of indiaan. Die kans is weliswaar niet groot. Maar wat je wel tegenkomt is die geweldige stilte en rust. En als je heel stil bent en heel goed luistert hoor je het misschien.  De roep van de natuur: Laat mij een beetje met rust, dan mag je van mijn rust blijven genieten.


17 – Grasvakantie

Ik heb iets met gras.
Het is vakantietijd. Iedereen heeft daar zijn  eigen gedachten, herinneringen en associaties bij.
Ik ook, namelijk: Gras. Het gevoel, de kleur , de reuk…….Gras.

Als je mij gaat vragen wat mijn ultieme beleving is bij vakantie, zal ik het niet hebben over: Malediven, stoere wandelingen op vreemde continenten, Thaise schonen, jetski scheuren op de azuurblauwe zeeën van Griekenland, helse klimtochten door de Himalaya, bounty ervaringen op de stranden van Curaçao…..nee.. mijn ultieme vakantiegenot is: voetjes in het gras, liefst net gemaaid zodat de geur nog rondwaard. En dan bij voorkeur een graslandje ergen in het Midden van Nergens met een koel glas wijn in de hand, uitkijkend over een graanveld, waar net geoogst is en de strorollen  voor het op rapen liggen. Waar in de verte bij de bosrand een ree zich voorzichtig opricht, zich tegoed doende aan afgevallen tarwekorrels,  daar, daar wil ik zitten , maar vooral: met de blote voeten in het gras. Blote voeten in het gras, wijntje er bij, mijmerend, koelte….rust…gras….Mijn vakantie.

Ik kan deze gevoelens zelfs oproepen als ik gewoon thuis ben, op een willekeurige maandagavond, bi 15 graden en grijs weer. Als ik maar op een stoeltje zit met de blote voetjes in het gras: Top!!

Waar komt dat grasgevoel toch vandaan vroeg ik mij af.

Ik meen een verklaring te hebben.

Vanaf mijn jongste jeugd heb ik in gras gespeeld. Daar waar nu woonwijken zijn opgebouwd lag vroeger mijn speelgrond: de weilanden bij boer van der Grift (idd: wereldkampioen schaatsen, zie column 15 panspermie). Gras

Toen al vond ik alles wat ik nodig had om te spelen: ruimte, beestjes, natuur, gras,

Ik was daar gelukkig.
Toen ik ging voetballen, sorry verstokte tennissers, kwam ik terecht op…gras. Het was heerlijk op woensdagmiddag na school te gaan trainen, Het was net gemaaid, het rook er heerlijk naar gras. Als je een sliding maakte zat het gras in je kousen. De koelte van het gras en de geur. Die deden het

Ook als we niet trainden maar gewoon lekker thuis met de vriendjes voetbalden : gras! Zonder schoenen, gewoon op blote voeten…spelen…gras

Ik ben geen maaier. Gras moet groeien, en er moeten madeliefjes en klaver tussen zitten. Ik zie ze wel, de oude boeren die voor hun nieuwe burgerhuisjes een grasveld hebben: “alles wat geen gras is  is onkruid: spuiten, vernietigen.  Strak gazon. Wat overblijft: een levenloos stukje groen…..net als de doodgespoten akkers van tegenwoordig. Monocultuur waar geen beestje in leeft. Spinazievelden hoorde ik laatst een Mohikaan vertellen. Groen maar geen leven. Productie zonder hart.

Alleen: de enige keer dat ik gras niet leuk vind is op de tennisbaan. Maar dat is dan ook altijd kunstgras. Dat is mij te slim af, als een onbereikbare vrouw:  te snel, te vochtig, te glad , ongrijpbaar. Maar ja, echt gras hoort ook niet bij tennis. Primitieve ondergrond, niet voor de hagelwitte shorts en shirts bestemd. Laat staan voor de tennisbal. De bal slipt op gras. Onnatuurlijk. Deze ballen horen niet op gras.

Ik ben van de blote voetjes in het gras. Daar zit leven in. Daar zat vroeger leven in, daar zit nu leven in. Met beide voeten op de aarde . Geen poespas. Dat wat de grond je geeft…gras. In Frankrijk weten ze dat. De Fransen zijn ons,  zoals op zoveel fronten, mijlenver voor: Grass = vet , gras is vet. Ik ga op vakantie naar Frankrijk. Opnieuw….



16 – Eilandgevoel

Zoals bij een aantal van de lezers bekend zal zijn ben ik lid van de Zware Jongens. De Zware Jongens is een subcultuur binnen onze gewaardeerde tennisclub.
Een bijeengeraapt zooitje van verschillende karakters, afkomstig uit totaal verschillende branches, die op magische wijze een mix zijn gaan vormen die zijn weerga niet kent. Een smeltkroes van nukkige oude mannen, vrolijke flierefluiters, zwaarmoedige doemdenkers, filosoferende natuurliefhebbers en huppelende jonge Goden.

Dit clubje vormt als het ware een eiland binnen de vereniging. Maar toch zijn we wel weer ernstig verbonden aan diezelfde vereniging, dus zouden we beter kunnen spreken van een schiereiland.

Deze Zware Jongens hebben veel verschillende interesses, afwijkende kennis en kunnen, ying en yang, pecunia of spiritualiteit, denkend of doende. Maar er is één grote overeenkomst in interesses: Eilandgevoel.

En dan heb ik het niet over het eilandgevoel zoals dat in mijn huidige werkomgeving, het onderwijs, al decennia schering en inslag is. Dat is meer een vorm van eilandjes denken. In die branche kakelt men vaak tijdens vergaderingen en in de wandelgangen over: “de leerling staat centraal, we moeten samen optrekken om onze pupillen voor te bereiden op de toekomst, allen voor één, één voor allen, wij als team moeten samen optrekken, wij collega’s moeten elkaar helpen en steunen waar nodig en mogelijk, onze school moet in het middelpunt van het universum komen te staan enz. enz. ”
De praktijk wijst uit dat dan wel eerst de zaken voor zichzelf geregeld moeten zijn, mooie roosters, vrije uren, leuke taken, voordat men zich, doorgaans klagend over werk en leerling, aan de eigenlijke taak weidt: Lesgeven. Het eilandjesdenken is in het onderwijs uitgevonden.
Maar goed, de mensen die in het onderwijs werken en deze column zijn begonnen te lezen zijn nu denk ik wel afgehaakt . Men kijkt graag weg.

Nee de overeenkomst bij de Zware Jongen qua eilandgevoel is natuurlijk te danken aan het feit dat we sinds 2017 als broeders de oversteek maken naar een van onze pareltjes in het Waddengebied, de eilanden. 2017 Schiermonnikoog, 2018 Vlieland en dit jaar was Ameland aan de beurt.
En lieve lezer, ik zal u nu lichtelijk moeten teleurstellen: over onze escapades kan en mag ik niet (meer) uitweiden.1 Op ons eiland komen we namelijk wel onze afspraken na: What happens on the Island, stays on the Island.

Ik kan dus echt niet gaan vertellen dat we qua incidenten dit jaar een bijna saaie editie hebben mogen meemaken. Geen Zware Jongen die een andere fietser van het fietspad heeft geramd, er daar vervolgens zelf weken last van heeft gehad. Geen Zware Jongen die na een salto niet netje weer op twee benen terechtkwam, maar dat kan ook niet op een fiets. Geen Zware Jongen die kort na aankomst geen idee meer had waar hij was, hoe oud hij was en om zijn moeder begon te roepen. Geen Zware Jongen die het weekend handenschuddend zich over het eiland bewoog, Geen Zware Jongen die een autochtoon zwaar beledigde door een sleutel van het tennishek welke deze figuur van hem wilde overnemen recht in het gezicht te kijken en toe te voegen: “wij houden ons wel aan afspraken”, om vervolgens de sleutel in de broekzak te laten glijden. Niets van dat al.
Ik wil het wel maar het mag niet. Afspraak is afspraak. Het enige wat ik mag vertellen is: We gingen heen en weer met een boot. Het was weer een feest. En we zijn met 8 man heen gegaan en wonder boven wonder met 8 man weer teruggekeerd. Flauw zult u denken? Het is maar hoe je het ziet. Zo logisch is dat niet, althans in ons geval. We zijn nu een maandje terug en sommige van ons mogen alweer naar de tennislessen op woensdagavond. Dus zo erg was het niet. Op dat eiland.

1 Over onze escapades op Schiermonnikoog heb ik wel een stukje geschreven. Zie TCW’er van augustus 2017

zwarejongens2019


Van hot naar her.

15. Panspermie

Ergens eind jaren zestig  staarde ik naar het balkon van de plaatselijke schoenmaker. Waarom de man een balkon had? Geen idee. Een schoenlapper met grootheidswaanzin. Een verzoler met burgemeestersallures, een pegger met onduidelijke bedoelingen evenals zijn naam,  of een ziener? Ik denk het niet, hoewel ik dat laatste wel de waarheid vond benaderen. 

Stond ik daar alleen? Neuh, de helft van de bevolking staarde met mij mee. We waren in afwachting van onze held. Wie dat was? Nee, niet de burgemeester of bromsnor. Ook Floris niet. Evenmin Batman,  Swiebertje of Henk van der Grift. (even googlen mensen!) . Oh wacht even. Ik heb ze allemaal gezien hoor. Ze zijn allemaal in ons dorp geweest. Sterker nog: Floris is in mijn dorp geboren, evenals trouwens onze toenmalige overbuurman waar we wekelijks verse melk, zo van de koe haalden, Henk van der Grift. En het zijn allemaal helden van me.

Maar de grootste held kwam uit een betondorp iets verderop.

Het regende en ik bibberde. Niet van de kou maar van de spanning. Hij is en was altijd snel en onnavolgbaar. Zou ik hem missen of gemist hebben? Nee. Na lang wachten verscheen hij op het podium en voor het eerst zag ik hem. In kleur!

In dit kleine stukje schrift hierboven zien we, lieve lezers, een onmiskenbaar tijdsbeeld. Ik durf te beweren dat degenen geboren na 1980 zeker zeven namen en/of begrippen niet kennen.
Wie drinkt er bijvoorbeeld nog melk, direct van de koe?
EN één woord waarvan niemand,  durf ik te beweren , zonder stiekem het woordenboek (wie kent dát nog?) te raadplegen de betekenis kent. Panspermie. En nee, dat is geen verzamelbak van zaadjes van waaruit miljarden mensen zijn ontstaan. Hoewel? Heb je een zwembad vol, dan is het unieke dat uit dat bad er 1 zaadje is ontsproten wat zich ontpopte tot het fenomeen.  Het zou kunnen.

Maar het is nog unieker.
Panspermie betekent: Leven op aarde afkomstig van een andere planeet.
Dat bestaat niet zegt u? Nee,……niet meer. Maar gelukkig zijn er in de genen van een paar nazaten van het enige panspermie fenomeen wat er is geweest tot leven gekomen.
En wat hebben we er een lol mee op dit moment. En dan heb ik het niet over de Zware Jongens op Ameland.
Ajax, de Godezonen van Cruijff. Wat er ook gebeurt: Cruijff wint de finale. Altijd.


Van hot naar her.

Ik versta je niet

In mij werk als docent geef ik regelmatig les aan Eoa klassen. Eoa staat voor: Eerste Opvang Anderstaligen.

De kinderen komen uit alle windstreken. Sommigen zijn al een jaar in Nederland, anderen pas 1 of 2 weken. Het kan dus zijn dat we elkaar absoluut niet verstaan. Ondanks dat begrijpen we elkaar wel vaak.

Ik moest hieraan denken toen ik onlangs op TV spreekstalmeester Baudet hoorde delibereren na de overwinning van FVD tijdens de provinciale verkiezingen. In dit geval verstond ik hem wel, maar begreep hem totaal niet.
Als je wint versterk je je superioriteit door uit te stralen  dat je de overwinning volstrekt logisch en normaal vindt. Maak ik even de link naar het voetbal. Tegenwoordig wordt het scoren van een goal gevierd met de meest waanzinnige en vaak wanstaltige uitingen. Kluwen spelers liggen of staan in elkaar verstrengeld als ware het een scene  in een darkroom. Het zou sterker en voor de tegenstander meer vernederend en demotiverend  overkomen indien men na het scoren van de goals beleefd naar elkaar zou knikken en met een korte warme handdruk de doelpuntenmaker van harte feliciteren met het behaalde resultaat, onder toevoeging van een zacht uitgesproken “fraaie goal waarde medespeler, waarna men zich spoorslags terug spoedt naar de eigen helft om het spel zo snel mogelijk te laten hervatten om vervolgens nogmaals de tegenstander middels een nieuwe goal verder te vernederen. Want lieve lezer, lees even de column Tennis versus Voetbal op deze site er op na: Voetbal is louter en alleen een bezigheid waarin we met satanisch genoegen de tegenstander trachten te vernederen en met pek en veren van het sportpark af willen jagen.

Terug naar Baudet. Ik begreep hem dus niet. Hij had moeten volstaan met een korte verklaring, vriendelijke knik richting het journaille en vertrekken om zijn zegeningen te gaan tellen. Dat was een krachtig signaal geweest: geen poespas, aan het werk!

En dat is wat ik met mijn Eoa leerlingen ook doe: Aan het werk. Ook al versta ik jou niet en jij mij, we gaan elkaar snel begrijpen. Daar zijn niet veel woorden voor nodig.
Hoe ik daarbij kom?
Op de vraag van een Syrische jongen, 6 maanden in Nederland, wijzend op Baudet: Waarom praat die meneer zo raar? Had ik een kort antwoord. Ik begreep de jongen en hij mij later ook toen ik antwoordde: Dat weet hij zelf ook niet, begrijp je?
Ik versta jou niet altijd maar begrijp je wel. En ik versta Baudet wel maar begrijp hem niet.

Een wereld van verschil, In de klas en in klasse.


13. V.A.R.

Sinds afgelopen zomer worden we dit seizoen geteisterd door de VAR. Een bron van discussie, sacherijn en jolijt.

We herinneren ons nog allemaal de enorme warmte en droogte van het afgelopen jaar. Koeien hingen amechtig tegen het prikkeldraad. Eenden zochten versuft naar de laatste gevulde vijver, vissen happen voor de verandering eens niet naar lucht maar naar water, mensen dwaalden met verwilderde blikken door de Lidl op zoek naar blikken, de terrassen liepen vol, de vaten liepen leeg, de bejaardenberg slonk zienderogen. Het was een zomer van afzien, doorbijten, hand aan de ploeg, kop d’r veur,  gaan met die banaan,  doorraggen, stoempen, klunen, kortom: het dooide flink.

Ook de zware jongens voelden zich niet senang. Waar we gewoonlijk ons hand niet omdraaien om , alvorens we overgaan tot onze hobby, het uitwisselen van levenswijsheden tijdens de aanvulling van de vochthuishouding,  de verplichte tennistraining te doorstaan, moesten we deze zomer regelmatig uit een ander vaatje tappen. We gingen zelfs tijdens de training over tot inname van, ik kan he bijna niet uit mijn strot krijgen, laat staan er in, …water. De zware jongens tapten uit een vaatje water!

Dit duurde tot diep in de eerste helft van de winter. Er kwam gelukkig weer een tijd dat we konden overgaan tot de minimale inname van water tijdens de training en aanvulling van de benodigde procenten gedurende de hobby. Laten we wel zijn: zoals ik in een eerder epistel reeds beschreef: tennissen is leuk, maar het moet niet al te zeer ten kosten gaan van de kwaliteit van de recuperatietijd na de training. De zogenaamde qualitytijd.

Echter, toen de winter in de tweede helft terecht kwam viel het ons op dat we de training als steeds zwaarder gingen ervaren. Maar niet alleen de training, onszelf ook. Kwamen wij rond september nog als dartele veulens de tennisbaan opgehuppeld, in januari en sleepten wij ons met al de extra kilo’s amechtig de baan op voldeden moeizaam aan onze verplichtingen en beklommen na afloop met zwaar gemoed de barkruk. Tijdens een van deze samenkomsten, viel tijdens een van de vele inhoudelijke debatten plotseling de vraag der vragen van dit seizoen: Wat vinden wij van de VAR.?  Er viel een dodelijk stilte, alleen het tinkelen der glazen en het stromen der tap was nog hoorbaar, peinzende blikken. De eerste vraag werd gevolgd door de tweede: Moeten wij de VAR gaan invoeren binnen onze vriendenclub?
De stilte duurde nog even voort, voornamelijk omdat iedereen eerst een paar teugen bier moest nemen. Maar na deze stilte barstte de discussie los en  stapelden de meningen zich met een noodgang op. Iedereen vond er wel wat van maar tot overeenstemming kwamen we lange tijd niet. Maar zoals dat in ons landje betaamd, we polderden nog even door en uiteindelijk kwamen we net na middernacht  tot consensus. Kenden we tot nu toe “De nacht van Schmelzer”, en  “De nacht van Wiegel”,
ons besluit staat nu al bekend als:  “De nacht van de VAR”.

De eindverklaring luidt als volgt:

“De Zware Jongens, gehoord de beraadslaging van 13 februari jl. zijn van oordeel dat: ”De V.A.R. een ramp is voor het spel, de inhoud van de discussies achteraf en de inkomsten voor de club, maar voor de eerlijkheid en gezondheid heeft het wel degelijk voordelen. We  verzoeken elkaar met elkaar af te spreken dat we de VAR voor de komende maand gedogen, totdat we straks in Mei, op ons gebruikelijke trainingskamp, dit jaar op Ameland, de zaken kunnen gaan evalueren, op voorwaarde dat de evaluatie zonder bemoeienis van de VAR zal worden gehouden, en  gaat over tot de orde van de dag.”

U begrijpt: We hebben het hier over: Verenigd Alcoholiname Reductie. Waarvan Akte.

Jaap van Veen


De Vraag.

Het was  een zwoele voorjaarsavond.
De gierzwaluwen gierden, de mestkevers mesten, pissebedden pisten en de krekels deden ook iets,. En toen kwam, naar aanleiding van het stukje wat uw scribent  schreef over de belevenissen van De zware Jongens op Schier de vraag: Wil je geen columns schrijven voor het blad? Hoezo, was mijn wedervraag, want ik wil graag alles weten. Het antwoord luidde: Het was leuk…. Sterk argument.

Daar moest ik dus wel even over nadenken. Want ja, waar ga je het dan over hebben? Moet ik maandelijks mijn wereldvisie op de arme lezer uitstorten, of zal het meer een luchtige beschouwing zijn van het leven in het algemeen en de club in het bijzonder.?

Trouwens: wat is leuk? Een subjectief begrip. Wat ik leuk vind kan de lezer wel walgelijk vinden, zoals ik de leuk bedoelde Hans Liberg walgelijk vind.

Ik las mijn stukje nog eens over en toen zag ik wat ik leuk vind: Mijn inspiratie is duidelijk ontsproten uit 4  bronnen : Godfried Bomans. (voor de jongeren onder ons: Godfried Bomans was een begenadigd schrijver van romans, beschouwingen en,  jawel,  columns die bol stonden van de humor. In mijn ogen dan hé. Overigens: Godfried Bomans heeft zelf ook wel eens op een eiland gezeten , Op Rottum welteverstaan in 1971. in navolging van Jan Wolkers (dood) waar dagelijks een radio-item over werd gemaakt door Willem Ruis (dood) . Dat is Bomans  minder bevallen dan de Zware Jongens op Schier.  Men beweert dat dit verblijf hem uiteindelijk fataal is geworden, want binnen een jaar was hij dood. Een andere bron voor mij is ongetwijfeld de serie Adriaan en Olivier van de schrijver Leonard Huizinga (dood). Waarbij meerdere  boeken openen met  hun kenmerkende bezigheid: het parkeren van hun  Rolls-Royce tegen de trap van het stadhuis van het pittoreske stadje Rittenburg. De derde bron is het boek : “Mijn kinderen eten turf” van Toon Kortooms (dood). Waarin vooral tante Agaath (dood)  diepe indruk maakte. De laatste bron? Het leven zelf.(leeft)

Maar afijn: blijft de vraag: waar over te schrijven? Dat ga ik per keer bekijken heb ik besloten. Suggesties? Prima. Trek ik me daarvan wat aan? Neuh. Doodsimpel.


Focus.

Het was een windstille maanverlichte avond. De lome stilte, werd slechts af en toe doorbroken door het geluid van een scharrelend muisje  in het struweel en de zang van de nachtegaal in den olmen. Vleugjes van de eerste  najaars geuren dreven rond de banen van TCW.
Op de banen van TCW werd weer getraind, gepuft, geleden, gescholden, getreurd en gelachen . U begrijpt: De Zware Jongens hadden zich weer in hun ruime tenniskleding gehesen, immers, niet iedereen hoeft te weten dat je niet alleen na de winter iets meer kilo’s met je mee moet torsen. Ook na een volop  genoten zomer wil dit wel voorkomen. Daarnaast zijn de zware jongens niet voor niets met deze naam toegerust.  Maar goed, De Zware Jongens hadden zich weer in hun ruime tenniskleding gehesen om hun wekelijkse alibi voor het doorbrengen van enige genoeglijke uren aan de bar te realiseren: de tennisles.

Op deze sprookjesachtige avond gebeurde het. Je hebt van die avonden op de tennisbaan dat alles pais en vree is, indachtig de atmosfeer om je heen. Echter, je hebt ook van die avonden die idyllisch beginnen maar kunnen uitmonden in een virtueel bloedbad. Iedere bal die je normaal gesproken met je fluwelen techniek en bijna vederlichte touche deponeert aan de andere kant van het net heeft dan de neiging zijn eigen koers te gaan volgen. De bal heeft dan die hautaine houding van:
OH, dus jij wilt dat ik daar precies in het hoekje bij de baseline neerkom? Daar denk ik nu even wat anders over. Op deze avond heb ik zin in vliegen. Zin om het luchtruim te kiezen richting verre horizonten…mijn idealen achterna….het ruime sop kiezen om brandschattend, plunderend, slempend en schuimend werelden te gaan veroveren en mij van niets en niemand iets aantrekkend verliezen in orgies en andere festiviteiten indachtig onze voorvaderen die daar ook niet vies van waren. Sterker nog, ze zijn er beroemd en berucht mee geworden…………………………………………………..  Zo’n bal dus.

Een bal waarvan een man zegt: Daar wil ik hem niet hebben. En dan bedoel ik niet dat de man een bal krijgt op een plek waar hij hem niet wil hebben, althans niet na zijn 1e levensmaand. Want de 1e maand van de man zijn leven zal een man zeggen: laat de bal maar komen, graag zelfs, maar na de 1e  maand liever nooit meer.  Zo’n bal dus.
Die sloeg ik deze avond doorlopend. De een na de andere kwam bij VKW op het veld, in de voetbalkantine werd al gesproken van de ballenregen uit het tenniskamp….waarbij men niet een intocht van typische blanke mannelijke vijftigplussers bedoelde.

Maar zoals gememoreerd: Op deze sprookjesachtige avond sprak de tennisleraar op enig moment nadat er weer een bal van mij dit keer op de skatebaan belande de historische woorden:
“Focus je op de letters van de bal”
Er viel een doodse stilte. Een mus viel van het dak. Een kat schoot de bosjes in. De tap viel stil. Zelfs de meest luidruchtige Zware Jongens  hielden de adem in en staarden naar de lucht.

“Focus je op de letters van de bal” klonk het weer. Verbijsterd keek ik de tennisleraar aan . Wut?

Hij doceerde: “op de bal staan letters: Pro 1, Pro 2 enzovoort. Probeer je dusdanig te concentreren op de bal dat je de letters kunt lezen. Zodoende focus je je volledig op de bal en de slag die moet volgen. Een wijze raad. Maar wat me nog meer in andere sferen bracht was het fraaie woord “Focus”

Want wat is focus? Ja mijn auto is een focus. Oud en der dagen zat sleept deze zich voort langs ’s Heeren wegen , maar dat werd hier niet bedoeld. Ook niet de Focus van Thijs (dwarsfluit) van Leer en Jan Akkerman: Hocus Pocus en Sylvia.

Nee. Focus. Volgens het woordenboek:

Betekenis ‘ focus ‘ fo·cus (de/het; m en o; meervoud: focussen) 1 brandpunt, 2 het zich concentreren op één bepaald punt: de focus leggen op … zich geheel richten op …

In dit geval De Bal.
Nu heeft zo’n bal wel heel kleine lettertjes. Binnen de club weten de meeste leden wel van kleine lettertjes, niet in het minst omdat er heel wat leden werkzaam zijn in een beroepsgroep waar men leeft van kleine lettertjes die ze waarschijnlijk zelf hebben gemaakt of verzonnen. Maar de kleine lettertjes op de tennisbal: Da’s andere koek. Maar ik dwaal af. Net als mijn ballen. Ik zal mij meer moeten focussen. Ik ga in retraite en pak de bal en draad de volgende keer weer op.
Focus, that’s the key!


  1. Hoe bedoel je?

Als ik met mijn vrienden aan de (tennis-) bar zit passeren er vele gespreksonderwerpen. Want tennissen kunnen we matig, praten daarentegen als geen ander. Het ene gesprek is serieus, het andere wel. Buitenstaanders die onze gesprekken trachten te volgen zie je af en toe, zeg maar regelmatig, de wenkbrauwen optrekken,  een grimas trekken, een wazige blik krijgen, een spier verrekken, de lege blik van een konijn dat in de koplampen kijkt imiteren, kortom, verbazing alom.

Want, zie je ze denken: Wat zeggen ze toch? Waar draait het om? Wat is de clou? Wat is de boodschap? Vragen, vragen, vragen…

Het antwoord lieve lezers en lezeressen is simpel, maar de gevolgtrekkingen vrij ingewikkeld:
Lagen, mensen, het draait om de lagen in het gesprek. De oppervlakkige toehoorder (aanrader!) zal weinig bijzonders horen aan de aan de bar gevoerde gesprekken. Haalt de schouders op en schenkt zich een nieuw glas wijn in en heeft verder een fijne avond gevolgd door een goede nachtrust. De wat scherpere observant daarentegen zal met stijgende verbazing constateren dat de ene oneliner na de andere quote de revue passeert. Kijkt men achter de woorden, of zo u wilt, lezen we tussen de regels door, gaan we de lagen ontleden, dan wordt het interessant. Maar daarover later.


  1. Hoe bedoel je ook alweer?

In mij vorige epistel gaf ik een aanzet tot mijn beschouwingen over het inzicht in “lagen” in een gesprek. Mocht u onderstaande willen begrijpen: lees het even terug [1]
Mocht u mij sowieso willen begrijpen: Lamaar.

Terug naar de “lagen”. Deze “lagen” in het gesprek  kunnen we terugbrengen tot de volgende vraagstellingen:
“Zeggen mensen wat ze bedoelen” en “bedoelen ze wat ze zeggen?”
Al naar gelang de avond aan de tennisbar vordert, (overigens de tennisbar niet verwarren met een turnbar[2], waar geheel andere standjes en  houdingen worden gevraagd, iets waar wij als mannen van een zekere leeftijd zich maar beter niet meer aan moeten wagen, als was het alleen al om niet in een heel vreemde discussie of schemerig licht te komen te staan, of met de Ballet Barre, waar net als bij ons de rek er wel uit is) worden de gesprekken intenser, de humor scherper, de tap stroomt sneller, de muziek wordt beter, de onverstaanbaarheid groter en het begrip tanende.

Een praktijkvoorbeeld? Okay.

Als de man die ik geen nestor meer mag noemen zegt: “Jongens, willen we allemaal nog een biertje?” dan zou dit voor de simpele toehoorder een aanbod lijken om nog een rondje te geven. Echter, bedoelt de goede man dit wel zo? Ik denk het niet. De vraagstelling met gebruikmaking van het woord “willen…enz. moeten we helaas anders vertalen. Hij bedoelt hiermee: “willen jullie nu echt allemaal nog een biertje nu dat we er al zoveel achterover hebben geslagen? Dat zou niet verstandig zijn! Morgen is het weer vroeg dag en worden we allen weer fris en vrolijk op onze werkplek verwacht.”
Het woordje “willen” is hier dus cruciaal. Stelt hij echter in plaats daarvan: “We nemen er nog een van mij!” Dan laat het zich raden: hier wordt gezegd wat er bedoelt wordt: we drinken nog een glas. Bij de eerste zinssnede is dus duidelijk dat we de vraag moeten stellen: Zegt hij wat hij bedoelt? Bij de tweede trekken we direct de conclusie: hij bedoelt wat hij zegt.

Bent u er nog?

Omdat wij met een aantal, zeg maar allemaal, zeer goed van de tongriem gesneden persoonlijkheden zijn, zijn de gevoerde gesprekken een ware uitputtingsslag. Je zult constant scherp moeten zijn om de “lagen” in de gaten te kunnen houden en dat, lieve mensen, valt in het begin nog wel mee, maar na een aantal alcoholische versnaperingen, wordt dat toch wat lastiger. De kunst is dan de lagen samen te persen en af te vlakken tot één grote brij, zodat niemand meer iets van elkaar begrijpt. Net zoals een aantal van jullie nu ook denkt: Waar Gaat Dit Over?! Vandaar dan ook dat ik deze gelaagdheid in de gesprekken vaak terug kan brengen tot de door zijn eenvoud briljante uitspraak van een van onze grootste filosofen (J.C) , weliswaar met een kleine variatie: “Als ik zou willen dat je zou begrijpen wat ik bedoel, had ik het wel beter uitgelegd!”

Ik bedoel maar.

[1] TCW’er Jaargang 38, nr. 8 2017 blz. 3

[2] is een multifunctioneel toestel en ideaal te gebruiken voor populaire sporten als street workout, calisthenics, CrossFit en bootcamp


  1. Mijn agenda is mij ontnomen!


Ik weet niet hoe dat bij jullie gaat, maar ik kan gebeurtenissen in mijn leven,  in een bepaald jaar  heel goed terughalen aan de hand van grote sport-, wereld-  of muziekgebeurtenissen.

Wartaal? Nee! Voorbeeld? Okay!

In 1970 kregen wij thuis onze eerste kleurentelevisie. Hoe weet ik dat dat 1970 was? Simpel: In dat jaar schoot Jair,, of liefkozend: Jaizinho” de rechtshalf  van het Braziliaanse elftal de bal snoeihard diagonaal in de goal van tijdens het WK in Mexico. Dat maakte op mij grote indruk: Een middenvelder die scoorde en die de hele wedstrijd de gehele rechterkant beliep. Ajax en Nederland zou dat 4 jaar later groot maken als onderdeel van het zgn “Totaalvoetbal”. Ik weet dat dus vanwege die kleurentelevisie.

Zo weet ik ook precies waar en wanneer ik mijn eerste biertje dronk: op 7 juli 1974, 15 uur. Op een boerderij in Creil (NOP) waar ik vakantiewerk deed.  Inderdaad tijdens de finale West- Duitsland – Nederland, wk 1974. Hij smaakte niet. De tweede al iets beter. De rest is geschiedenis. Het was, laat ik zeggen, niet de meest gelukkige dag van mijn leven.

Of de ontdekking van en geweldige Duitse(!) rockband die ik tot op de dag van vandaag goed vind. Sterker nog: vorig jaar nog naar een concert gereden in Duitsland: BAP!! Ontdekt tijdens een weekend in 1981 waarin mijn ouders 25 jaar getrouwd waren.

Het gaat maar door:

1988, een van de eerste keren dat ik in het buitenland in een voetbalstadion kwam. Maar dat was dan ook wel wat: EK finale , Nederland kampioen. München is een mooie stad,  de fonteinen wel wat nat.

1997: Laatste Elfstedentocht: Gekeken met zoon van 3 maanden op schoot. Vergeet je nooit meer.

Van het jaar 2002 kan ik mij niets meer herinneren. Oorzaak: Nederland uitgeschakeld voor WK.

En daarom lieve mensen, ben ik zo ontzettend teleurgesteld. De KNVB, met Hiddink en Advocaat   heeft mij mijn agenda ontnomen. Ik heb geen ijkpunten meer. Geen EK in 2016, geen WK in 2018!

Over niet al te lange tijd zal ik worden opgesloten in een bejaardenvolière. Want:
“Vertel eens mijnheer, wat weet u nog van de jaren 2015 – 2020?”..”Uhh niets”…
“Zie je wel: hij lijdt aan geheugenverlies. Niet veilig meer voor de omgeving, we sluiten hem op”
Ik zal een advocaat moeten nemen omdat te voorkomen, hoewel Advocaat…….

En dus hoop ik van ganser harte dat Koeman, die mij 1988 nog steeds laat herinneren, er voor zorgt dat ik vanaf 2020 weer mijn geheugen kan voeden. Ik wil mijn agenda terug.


  1. Buitengewoon

Ik geef het toe, ….ik heb ook mijn frustraties. Ook de gewone frustraties zoals wij allen: Een bal uit slaan terwijl je zeker bent dat het in zou gaan, een strakke backhand die plots veranderd in een bal die met een zielig pisboogje die de netband raakt….en aan jouw kant terugvalt, een messcherpe service die in de kantine van VKW belandt [1] dat werk. We herkennen het vrijwel allemaal ,( of niet  Zware Jongens behalve A?)

Maar de frustratie die mij al jaren kwelt, die mij af en toe badend in het zweet doet wakker worden, die mijn stoelgang ontregelt is het gebruik van een woord.
Ik snap dat u nu even fronsend naar buiten staart en de woorden langzaam tot u door laat dringen maar het staat er echt. Ik stoor mij al jaren aan een woord, namelijk: Buitengewoon.
Niet aan het woord zelf, maar aan het gebruik er van.. Laat mij dit als zelfbenoemd taalpurist  (geen “taalnazi” ook zo’n k**woord) duiden. Even de korte definitie:
Buitengewoon betekent volgens Van Dale en volgens mij,( en dan is het zo):
bui·ten·ge·woon (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord; vergrotende trap: buitengewoner, overtreffende trap: buitengewoonst) I afwijkend van het gewone; meer dan gewoon.

Er wordt in mijn ogen van dit woord te pas maar vooral te onpas gebruik van gemaakt. Voorbeeld? Okay: Het is geen gewone mooie bal, als de bal die ene keer wel strak over het netje gaat en onbereikbaar de achterlijn raakt , nee, het is kennelijk een buitengewoon mooie bal. Hoewel er duizenden van dit soort ballen worden geslagen. Onzin dus. Niets is meer gewoon, alles is buitengewoon: buitengewoon slechte smaak, buitengewoon lullige opmerking, buitengewoon lekker eten, buitengewoon blij, buitengewoon grappig stukje,(okay, dat klopt) . Of zoals begin maart van dit jaar toen het nogal fris was: Het is buitengewoon koud weer. Dat klopt niet en klopt wel. Het was niet buitengewoon koud: het is vaker zo koud geweest. Dat het buiten gewoon koud was klopt dan weer wel. Het was stervenskoud.  

Wat valt er nu op? Althans mij: het woord buitengewoon wordt vooral veel gebruikt door politici. Zo gauw men in de politieke arena verschijnt wordt dit een soort stopwoord. Let maar eens op. Niets is meer gewoon. Elk interview, iedere  presentatie, elk debat wordt gelardeerd met het bovenmatig gebruik van het woord buitengewoon.
Het is mij begonnen op te vallen toe de heer Bolkestein fractieleider was van de VVD (1990 -1998).
Ja die, die Els buitengewoon lief vond. Bij hem viel het mij het eerst op. Hij kon (kan) geen zin uitspreken zonder gebruik te maken van het woord buitengewoon. Dieptepunt was in diezelfde tijd Winnie Sorgdrager die op een vraag van een journalist:: “Mw Sorgdrager, waar gaat de reis naartoe?” Haar antwoord automatisch begon met:  “Ik ga buitengewoon…….oh  uhmmm, …..Ik ga naar Nijmegen……enz. ( terwijl wij, als toehoorder, natuurlijk erg geïnteresseerd waren wat Winnie nu gewoon buiten ging doen. Gênant.
Ook de journalisten die vaak in Den Haag vertoeven gebruiken dit woord steeds vaker.
Als je iemand tegenkomt die je niet kent en binnen 5 minuten heeft hij/zij het woord buitengewoon meerdere malen gebruikt, liefst kakkineus,  dan heb je te maken met:  een politicus of een journalist of iemand die zich graag binnen deze kringen zou bevinden. Wat mij betreft moet ieder persoon dat na zijn debuut op radio of TV nog normaal doet, direct van het scherm zo gauw hij/zij de neiging gaat krijgen om het woord buitengewoon meer dan 1 keer tijdens een gesprek te  bezigen.

Zo…Mijn frustratie even kunnen luchten. Nu naar buiten. Gewoon, omdat het kan.

[1] Zie de column “Focus” TCW’er december 2017


  1. Kan ik iets voor je doen..?”

Kan ik iets voor je doen? De titel van een van de vele fantastische nummers van een van mijn favoriete bands: “De Dijk”. De band waarmee ik in 1979 nog een genoeglijke tijd doorbracht in een kleedkamer van een middelbare school in Almelo, waar ze werden overgeleverd aan Grolsch, een drankje dat een Amsterdamse popband niet echt apprecieerde, immers, Heineken was de standaard in hun scene, maar echt groot waren ze nog niet, dus zuipen wat je zuipen kan en ik genoot met volle teugen van het gezelschap en de beugels.
Ik hoorde laatst het nummer weer eens onderweg op radio 2. Heerlijk nummer, maar ook een goeie vraag. Als de vraag gesteld wordt dan negeer je die niet, maar geef je fatsoenlijk antwoord. De vragensteller wil namelijk wat voor je betekenen. Maar wat doet de dienstdoende plaatjesdraaier? Ruim voor het einde van het nummer kapt hij het af , want, “we moeten door!” Toch vreemd dat men een nummer stopt terwijl al weken van te voren is bepaald dat dit nummer gedraaid moet worden op de bewuste dag en tijdstip. Je zou verwachten dat dit dan wel in zijn geheel gedraaid zou kunnen worden.  Er volgde een kletsverhaal die ruim de tijd van het resterende afgekapte nummer behelsde. Wat een waanzin. De strekking van zijn verhaal was ook nog dat het zo’n fantastisch nummer was. LAAT HET ONS DAN UITLUISTEREN!!
“Kan ik iets voor je doen?”, zong De Dijk. Mijn antwoord aan de DJ: Ja: Klep dicht!

Maar goed, De vraag werd gesteld, het nummer gezongen, de zinnen gestreeld.

Ik moest aan deze strofe denken toen ik in gesprek was met een vriend die in de gaten had dat het met mij  even wat minder ging . Voordat hij de vraag stelde, had hij in zijn gedachten het antwoord al geformuleerd en ging vervolgens handelen. Na ons gesprek ging hij huiswaarts. Binnen 10 minuten kreeg ik een app’je Voordat ik het echt in de gaten had , had hij mijn gemoed al gerustgesteld. Ik krijg kippenvel van het nummer van De Dijk, maar ook kippenvel van zo’n dijk van een vent.

Kan ik iets voor je doen, kan ik iets voor je zijn een soort arm om je heen?” De Dijk 2011

Voor de digitale lezers: Klik hier om het nummer te beluisteren


  1. Zijn jullie al begonnen?

Wankelend  liepen mijn tegenstander en ik na weer een slopende game richting de bank. Even uitrusten, even een versnapering tot ons nemen, Tegenstander aan het zuurstof, want hij had nog een ander probleempje. Hij wilde eigenlijk even roken, maar moest dus eerst aan het zuurstof. Persoonlijk wilde ik nog even een banaantje wegwerken, want dat zie ik de profs ook altijd doen, dus is het goed. Want die profs doen veel goede dingen hoor, bijvoorbeeld het kiezen van en vrouw, goeie genade wat zijn ze daar goed in. Althans, qua uiterlijk dan, die vrouwen. Daar zit echt geen lelijke bij. Je zou bijna gaan denken: Hoe meer geld iemand verdiend, hoe mooier de vrouw. Maar dat is een nare gedachte van mij. Zo werkt het toch niet? Kijk maar bijvoorbeeld naar de voetballer Ribery. Hij is zelf oerlelijk maar heeft een beeldschone vrouw. Hij is vast heel lief , zorgzaam en goed voor zijn schoonmoeder. Oh wacht….

 Maar ik dwaal af.

Toen we langzamerhand weer enigszins tot ons zelf kwamen, weer een beetje scherper de wereld in keken, de hoofden verkoeld, de dorst gelest, de spieren weer een beetje uit de krampen, de gedachten weer ietwat op orde, kwam daar de alles verwoestende, bergen verzettende, ego verschroeiende,  libido vernietigende vraag:……………………………….. “Zijn jullie al begonnen?”

Tegenstander en ik keken elkaar aan. Ja dat ging inmiddels  weer. Snikkend vielen we elkaar in de armen. Een grotere omslag van vijand tot vriend had er in de geschiedenis in zo’n korte tijdspanne  niet voorgekomen. De ontstane vriendschap tussen  Gorbatsjov en Reagan was zandbakkengedoe in vergelijk met deze ontwikkeling. “Tear down this wall” , werd subiet een voetnoot in de geschiedenis een holle kreet in vergelijking met dit:   “Zijn jullie al begonnen?”

Het ergste is nog dat de vraag gesteld werd door iemand die ik zelden tot nooit op de tennisbaan actief heb gezien. Wel vaak aanwezig , maar dan als commissielid, van de commissie: “verteren is ons credo, het kasoverschot dient vloeibaar genivelleerd te worden” of zoiets.

Hij kwam tussen het in stand houden van de commissie door, want aan de wijn, even langs om te kijken hoe mijn tegenstander en ik ons met alles wat wij in ons hadden, en laten we wel wezen, van buiten lijkt er of er heel wat in ons zit, en dat klopt, maar dan stoffelijk, maar qua skills zoals dat tegenwoordig heet, blijft het behelpen. Dus wat er dan ook in ons zit wordt er met veel pijn en nog meer moeite uitgeperst. Vlak voordat wij naar de hel dreigen te gaan hopen wij dan op een spontane aanmoediging, een positief geluid, een kirrende vrouwenstem die ons weer tot onze positieven brengt, een koele verkwikkende gefluisterde stimulerend “Hup Jongens”. Een sensueel zielenverkwikkende zalvend “Oh jongens wat mooi en goed en al zo lang op de baan maar toch nog zo viriel en woest aantrekkelijk” Maar nee wat krijg je?………………………………………………. “Zijn jullie al begonnen?”

Kon Cruijff een beetje voetballen?  Is de aarde rond? Hebben we allemaal een moeder? Is regen nat? Is de paus Katholiek?…………………………………………………………………………… Zijn jullie al begonnen?

Ja we waren  al begonnen. Begonnen aan het einde.

Het einde was in zicht, maar het zicht is wel wat vertroebeld. . We waren al begonnen maar zijn er nu wel klaar mee. We gaan aan de wijn . Even de kas spekken.


  1. Tennis versus voetbal

Ooit, ooit was ik een begenadigd voetballer. Lang geleden in  de periode dat ik groeide van kijkbuiskind totdat ik onder de wapenrok terecht kwam. Het had weinig gescheeld of jullie  hadden mij op de tennisbaan niet zonder verholen blikken kunnen aanschouwen. Fluisterend elkaar aanstotend op mij wijzend zeggen: Daar is ie, de maat van Cruijff, de vriend van keizer, de collega van Neeskens, de vijand van Van Hanegem. Ouwe teamgenoten. Maar helaas.

Nadat ik door een zware knieblessure de groene jachtweiden voor eeuwig moest verlaten rees bij mij de vraag: Wat nu te doen qua sport?

Het werd uiteindelijk tennis, zoals jullie begrijpen.

Ik snap jullie meewarige blikken, zuchtende kritieken en troostende woorden. Nee, Ik kan daar weinig bal van. Steeds vaker vraag ik me af: Hoe kan dat toch? Twee balspelen, in één zo goed zijn in de ander zo matig. Wat zijn toch de verschillen  tussen voetbal en tennis? Laat ik een poging wagen dit te duiden.
Voor mij persoonlijk is het duidelijk. Als voetballer wist ik de bal bijna blindelings over 40, 50 meter “op iemands stropdas” te leggen .[1]   Bij tennis doe ik dat ook, maar dan betreft het de stropdas van het dienstdoende bestuurslid dat de baropbrengst naar een hoger niveau aan het tillen is , of een commissielid van de commissie “verteren is ons credo, het kasoverschot dient vloeibaar genivelleerd te worden[2]op het terras 30 meter verderop.
Hoe kan dat?
Ik ben erachter: Bij voetbal kijk je amper naar de bal maar meer over de bal heen in de richting waar je naartoe wilt schieten. Bij tennis kijk je juist alleen naar de bal die je moet raken. Een wezenlijk verschil . Daarnaast is natuurlijk het grootste verschil: Voetbal is een teamsport, tennis een individuele sport. Daar waar de voetballers de tegenstanders niet kunnen luchten of zien, ze met een koele knik begroeten en liefst met pek en veren , blessures en een dikke nederlaag zien vertrekken, doen de tennissers dit compleet anders. De tegenstander wordt hartelijk begroet met een fijne kop koffie en een heerlijk versnapering. Vervolgens wordt de tegenstander een prettige wedstrijd en vooral “veel plezier” toegewenst. HOEZO???? Het doel is toch hen te verpletteren en jankend naar huis te sturen? Nee, bij de tennissers gaan we na de wedstrijd gezellig nog gezamenlijk aan het bier en hapjes. Onbestaanbaar in de voetbalwereld. En ik begrijp het echt niet.
Een ander groot verschil is het gedrag binnen de lijnen. Tijdens het tennissen  wordt er amper gesproken en als de tegenstander een met veel geluk een goed geplaatste bal produceert wordt dit uitbundig geprezen. Binnen de lijnen op het voetbalveld gaat dit er totaal anders aan toe. Het streven is de tegenstander te vernederen door iedere gemiste doelpoging te begeleiden met een smalend: “100 van zulke”.  Tevens trachten we de tegenstander doorlopend verbaal en fysiek te raken. Er worden tijdens de wedstrijd heel wat fijne gesprekken gevoerd. Er wordt bijvoorbeeld regelmatig geïnformeerd naar het nachtelijke beroep van de zus of moeder van de tegenstander of gevraagd of vader al weer vrij is. Zelf vroeg ik mijn directe tegenstander regelmatig of hij genoot van zijn weekendverlof of soms ook ……..
Ook zal de voetballer die de bal verkeerd raakt of een fout maakt die duidelijk maken door dit te laten begeleiden met een welgemeend aanroepen van de goden of meestal verborgen  lichaamsdelen. En dan liefst zo luid mogelijk. Ik (en een collega oud-voetballer) heb deze oeroude traditie voortgezet op het tennisveld maar zie aan de geschokte blikken van de omstanders dat dit toch minder wordt gewaardeerd. Sorry mensen, het gaat er niet uit.
Overigens is het bij de dubbel ook gebruikelijk dat de ene speler de ander speler complimenteert met een afzwaaier van 10 meter met een gemeend: “Geeft niets”. Bij het voetbal ondenkbaar. 50 cm verkeerd passen is vragen om een corrigerende opmerking waarbij het Bargoens de boventoon voert.
Waar er bij tennis met een zorgelijke blik gevraagd wordt aan de tegenstander die ergens een brace of tape heeft aangebracht: “Goh, heb je er veel last van? , en, “ Gaat het?” Werkt tape of verband bij de voetballer als een rode lap op een  stier: Aha: hij heeft een zwakke plek, die gaan we benutten, cq raken! En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Maar goed. De verschillen zijn groot maar er is gelukkig één duidelijke overeenkomst: Het laden der procenten. Daar vinden we elkaar in. Na de wedstrijd moet de adrenaline worden getemd de hartslag naar beneden, de dorst gelest. Okay, jullie tennissers doen dat met de tegenstanders. De voetballers,  zoals gezegd,  jagen de tegenstander naar huis en zijgen neer aan de bar , nadat in de kleedkamer tijdens en na het douchen, ja, voetballers douchen wel, reeds een kratje is verorberd . Het tempo ligt overigens vrijwel gelijk, de procenten bij de tennissers wat hoger, maar het eindresultaat blijft hetzelfde: Totale verbroedering met de clubgenoten. Zingend gaan we naar huis. Daarna knopen we de stropdas om en gaan we weer keurig aan het werk’.

[1] Voetbalterm voor het zeer nauwkeurig passen van de bal naar de medespeler.

[2] Zie “De TCW‘er “september 2018, blz 7


  1. Racebaan

Als kind had ik een racebaan. In die tijd had je als jongen een racebaan óf een modelspoor en -trein bij voorkeur van het merk Märklin. Waar de keus tussen die twee lag weet ik niet precies, maar ik vermoed dat degenen die een racebaan hadden meer bezig waren met snelheid, wedstrijdjes en stunten, elkaar de loef afsteken. Een heuse looping maakte bijvoorbeeld onderdeel uit van de baan. De liefhebbers van modeltreinen en -sporen hadden waarschijnlijk meer affiniteit met gefröbel en rust. Want bij treinen hoorden een stationnetje, overgangen, wissels, fluitjes,  boompjes en beestjes en meer van dat gepriegel. Meer voor geduldige denkers onder de jongens. Totaal anders dan de stoere racers. Mij oudste broer had inderdaad een modeltrein en -spoor en is ook later prima terecht gekomen. Ik daarentegen, als racer, groeide op voor galg en rad.

Hoe anders is het nu! Ik moet tegenwoordig niets meer van racen hebben. Formule 1 is niet aan mij besteed. Als ik filerijden wil kijken ga ik wel een middagje bermtoerist spelen langs de A28.
Max is voor mij niets meer dan de afkorting van Maxima. Wél mooi om naar te kijken.

Ik  moest hier aan denken toen ik over de Brandenweg reed. Wat eens een mooi weggetje tussen de landerijen was,  is veranderd in een racebaan. Zo ben je nu 15 seconden eerder in Zuidveld dan voorheen. Tel uit je winst.
Onlangs werd ik geconfronteerd  met de afsluiting van mijn favoriete route naar mijn werk in Emmen. Normale mensen rijden over de N381 om zo snel mogelijk daar te komen, waarbij je je kunt afvragen: Hoezo wil je zo snel mogelijk naar Emmen ? Wie gaat daar nu graag heen? De N381 gebruiken om zo snel mogelijk uit Emmen weg te zijn vind ik begrijpelijk. Maar ja, dan ga je ook weer snel richting Friesland, want Frieslandroute, en wie wil dat nou weer? Vragen, vragen, vragen.
Daarbij: op de N381 mag je 100 km/h. Is het u ooit gelukt? Mij nooit. Altijd hang je achter een vrachtwagen of een bejaarde die vindt dat een weg in de provincie een provinciale weg, en dus een 80 km weg  is, ook al worden de banen gescheiden door een groene band. “Wat is dat voor gekkigheid?” denkt de seniel, “ik rijd gewoon 80….en voor de veiligheid 70…..of 60… mooi rustig”. En daar zit jij altijd achter.

Ik pak alleen maar de tussendoorweggetjes via Wezup, Zweeloo, Noord Sleen en verder. Lekker rustig, geen verkeer , mooie uitzichten…en misschien 4 of 5 minuten langer onderweg. Geen probleem. Maar helaas.  Afgelopen zomer is men begonnen om van deze rustieke weggetjes, waar je zo heerlijk tot rust komt, om te bouwen tot racebanen. De weg wordt verbreed, nieuw glad asfalt erop: Racen maar! Letterlijk levensgevaarlijk. Bomen wijken geen centimeter. Waarom toch?

Racebanen zijn niet gezond.

Tegenwoordig hebben veel mensen kennelijk een racebaan. Al die mensen zijn zo enorm druk  met hun werk. Racen van afdeling naar afdeling. Racen van klant naar klant. Van lunch naar diner, van hoop naar “Doel ”[1].  Racen van  huis naar werk. Altijd maar druk op de zaak, druk op kantoor…racen racen….elkaar de loef afsteken . Het is niet zo vreemd dat er tegenwoordig zoveel mensen door al dat racen uiteindelijk uitgeblust[2] thuis komen te zitten en dan dus niets presteren. Wat is dan je winst geweest? Per saldo dus waarschijnlijk alleen maar verlies. Alles moet “snel snel vlug vlug”…terwijl als je iets rustiger doet, je misschien 4 of 5 minuten of wellicht een dag later je doel wél bereikt. En je nog plezier hebt ook.

Misschien moeten we allemaal terug naar de trein. De boemeltrein gestookt op kolen die zich amechtig met een gangetje van 40 over de rails verplaatst. Vaste route, rustige gang, geen uitspattingen, geen plotselinge zijwegen, af en toe een flinke stoot op de hoorn en tijd om van je directe en indirecte omgeving te genieten. Goed, dan kom je maar wat later op je werk als later al bestaat. Wat is later? Later dan wat? Hoe dan ook.  Maar wel uitgerust waardoor je waarschijnlijk uiteindelijk “per saldo” meer zal bereiken .

Ik wist het al: Mijn oudste broer was niet gek. 

[1] Doel noemt men tegenwoordig “Target” klinkt zo lekker internationaal. Onzin.  Schrijver heeft voorkeur voor gewoon Nederlands

[2] Uitgeblust noemt men tegenwoordig “Burn-out” Zie boven


  1. Da’s Muziek

Smaken verschillen. Muzieksmaken  ook.. We weten dat allemaal. Ieder luistert naar de muziek die hem of haar aanstaat als het aanstaat. Behalve daar waar je er geen invloed op hebt. Ik noem: winkels,  restaurants, kerken en natuurlijk: Kantines.
En daar lieve lezer, daar valt toch wel een en ander over te zeggen. Op de befaamde woensdagavonden in onze TCW Kantine wordt de muziek gedraaid in opperste democratische harmonie. Behalve harmonie muziek, die komt er niet in, of uit de boxen.

Maar: Dan die andere avonden, Soms moet ik ervan zuchten, Dan niet zoals de befaamde Franse zuchtmeisjes, maar gewoon uit verbazing. Waar menig lid behoorlijk opgewonden wordt bij het horen van de zogenaamde skihutmuziek en binnen de kortste keren in de lampen hangt,  word ik daar altijd een klein beetje misselijk van en vergaat mij alle lust. Als ik het al moet uitspreken doe ik dit zo kort mogelijk, van skihut, naar skut naar…afijn. .Ik verlaat spoorslags het pand en ga thuis in een hoekje op de bank onder een dekentje liggen.

Maar zoals gezegd: Smaken verschillen en we hebben elkaars smaken maar te accepteren. Sommige mensen  (ik noem ze cultuurbarbaren) begrijpen absoluut niet dat ik echte vette blues veruit de mooiste muziek vind die je maar kunt horen, zeker bij een goed glas wijn of live tijdens een concert.
Beter nog:  Met wijn tijdens een live concert. Het zij zo.
Echter: er zijn momenten waar ik geen muziek bij wil. Dat is namelijk als ik midden in het bos ben. Insiders weten dat ik regelmatig verblijf in de buurt van dassenburchten. Ik wil dan niets anders horen dan de natuur en dan het liefst de dassen zelf. Muziek die ik iedereen gun in dit nieuwe jaar. .

 Da’s muziek


13