Jaap van Veen vertelt maandelijks zijn ervaringen in "de column van Jaap""

Jaap website

13 - VAR

12 - Muziek

11 - Racebaan

10 - Voetballers vs Tennissers

8 - Zijn jullie al begonnen?

7 - Kan ik iets voor je doen?

6 - Buitengewoon

5 - Ijkpunten

4 - Hoe bedoel je ook alweer?

3 - Hoe bedoel je?

2 - Focus

1- De Vraag

13. V.A.R.

Sinds afgelopen zomer worden we dit seizoen geteisterd door de VAR. Een bron van discussie, sacherijn en jolijt.

We herinneren ons nog allemaal de enorme warmte en droogte van het afgelopen jaar. Koeien hingen amechtig tegen het prikkeldraad. Eenden zochten versuft naar de laatste gevulde vijver, vissen happen voor de verandering eens niet naar lucht maar naar water, mensen dwaalden met verwilderde blikken door de Lidl op zoek naar blikken, de terrassen liepen vol, de vaten liepen leeg, de bejaardenberg slonk zienderogen. Het was een zomer van afzien, doorbijten, hand aan de ploeg, kop d’r veur,  gaan met die banaan,  doorraggen, stoempen, klunen, kortom: het dooide flink.

Ook de zware jongens voelden zich niet senang. Waar we gewoonlijk ons hand niet omdraaien om , alvorens we overgaan tot onze hobby, het uitwisselen van levenswijsheden tijdens de aanvulling van de vochthuishouding,  de verplichte tennistraining te doorstaan, moesten we deze zomer regelmatig uit een ander vaatje tappen. We gingen zelfs tijdens de training over tot inname van, ik kan he bijna niet uit mijn strot krijgen, laat staan er in, …water. De zware jongens tapten uit een vaatje water!

Dit duurde tot diep in de eerste helft van de winter. Er kwam gelukkig weer een tijd dat we konden overgaan tot de minimale inname van water tijdens de training en aanvulling van de benodigde procenten gedurende de hobby. Laten we wel zijn: zoals ik in een eerder epistel reeds beschreef: tennissen is leuk, maar het moet niet al te zeer ten kosten gaan van de kwaliteit van de recuperatietijd na de training. De zogenaamde qualitytijd.

Echter, toen de winter in de tweede helft terecht kwam viel het ons op dat we de training als steeds zwaarder gingen ervaren. Maar niet alleen de training, onszelf ook. Kwamen wij rond september nog als dartele veulens de tennisbaan opgehuppeld, in januari en sleepten wij ons met al de extra kilo’s amechtig de baan op voldeden moeizaam aan onze verplichtingen en beklommen na afloop met zwaar gemoed de barkruk. Tijdens een van deze samenkomsten, viel tijdens een van de vele inhoudelijke debatten plotseling de vraag der vragen van dit seizoen: Wat vinden wij van de VAR.?  Er viel een dodelijk stilte, alleen het tinkelen der glazen en het stromen der tap was nog hoorbaar, peinzende blikken. De eerste vraag werd gevolgd door de tweede: Moeten wij de VAR gaan invoeren binnen onze vriendenclub?
De stilte duurde nog even voort, voornamelijk omdat iedereen eerst een paar teugen bier moest nemen. Maar na deze stilte barstte de discussie los en  stapelden de meningen zich met een noodgang op. Iedereen vond er wel wat van maar tot overeenstemming kwamen we lange tijd niet. Maar zoals dat in ons landje betaamd, we polderden nog even door en uiteindelijk kwamen we net na middernacht  tot consensus. Kenden we tot nu toe “De nacht van Schmelzer”, en  “De nacht van Wiegel”,
ons besluit staat nu al bekend als:  “De nacht van de VAR”.

De eindverklaring luidt als volgt:

“De Zware Jongens, gehoord de beraadslaging van 13 februari jl. zijn van oordeel dat: ”De V.A.R. een ramp is voor het spel, de inhoud van de discussies achteraf en de inkomsten voor de club, maar voor de eerlijkheid en gezondheid heeft het wel degelijk voordelen. We  verzoeken elkaar met elkaar af te spreken dat we de VAR voor de komende maand gedogen, totdat we straks in Mei, op ons gebruikelijke trainingskamp, dit jaar op Ameland, de zaken kunnen gaan evalueren, op voorwaarde dat de evaluatie zonder bemoeienis van de VAR zal worden gehouden, en  gaat over tot de orde van de dag.”

U begrijpt: We hebben het hier over: Verenigd Alcoholiname Reductie. Waarvan Akte.

Jaap van Veen

.

 

 

 

  1. De Vraag.

 

Het was  een zwoele voorjaarsavond.
De gierzwaluwen gierden, de mestkevers mesten, pissebedden pisten en de krekels deden ook iets,. En toen kwam, naar aanleiding van het stukje wat uw scribent  schreef over de belevenissen van De zware Jongens op Schier de vraag: Wil je geen columns schrijven voor het blad? Hoezo, was mijn wedervraag, want ik wil graag alles weten. Het antwoord luidde: Het was leuk…. Sterk argument.

Daar moest ik dus wel even over nadenken. Want ja, waar ga je het dan over hebben? Moet ik maandelijks mijn wereldvisie op de arme lezer uitstorten, of zal het meer een luchtige beschouwing zijn van het leven in het algemeen en de club in het bijzonder.?

Trouwens: wat is leuk? Een subjectief begrip. Wat ik leuk vind kan de lezer wel walgelijk vinden, zoals ik de leuk bedoelde Hans Liberg walgelijk vind.

Ik las mijn stukje nog eens over en toen zag ik wat ik leuk vind: Mijn inspiratie is duidelijk ontsproten uit 4  bronnen : Godfried Bomans. (voor de jongeren onder ons: Godfried Bomans was een begenadigd schrijver van romans, beschouwingen en,  jawel,  columns die bol stonden van de humor. In mijn ogen dan hé. Overigens: Godfried Bomans heeft zelf ook wel eens op een eiland gezeten , Op Rottum welteverstaan in 1971. in navolging van Jan Wolkers (dood) waar dagelijks een radio-item over werd gemaakt door Willem Ruis (dood) . Dat is Bomans  minder bevallen dan de Zware Jongens op Schier.  Men beweert dat dit verblijf hem uiteindelijk fataal is geworden, want binnen een jaar was hij dood. Een andere bron voor mij is ongetwijfeld de serie Adriaan en Olivier van de schrijver Leonard Huizinga (dood). Waarbij meerdere  boeken openen met  hun kenmerkende bezigheid: het parkeren van hun  Rolls-Royce tegen de trap van het stadhuis van het pittoreske stadje Rittenburg. De derde bron is het boek : “Mijn kinderen eten turf” van Toon Kortooms (dood). Waarin vooral tante Agaath (dood)  diepe indruk maakte. De laatste bron? Het leven zelf.(leeft)

Maar afijn: blijft de vraag: waar over te schrijven? Dat ga ik per keer bekijken heb ik besloten. Suggesties? Prima. Trek ik me daarvan wat aan? Neuh. Doodsimpel.


 

  1. Focus.

 

Het was een windstille maanverlichte avond. De lome stilte, werd slechts af en toe doorbroken door het geluid van een scharrelend muisje  in het struweel en de zang van de nachtegaal in den olmen. Vleugjes van de eerste  najaars geuren dreven rond de banen van TCW.
Op de banen van TCW werd weer getraind, gepuft, geleden, gescholden, getreurd en gelachen . U begrijpt: De Zware Jongens hadden zich weer in hun ruime tenniskleding gehesen, immers, niet iedereen hoeft te weten dat je niet alleen na de winter iets meer kilo’s met je mee moet torsen. Ook na een volop  genoten zomer wil dit wel voorkomen. Daarnaast zijn de zware jongens niet voor niets met deze naam toegerust.  Maar goed, De Zware Jongens hadden zich weer in hun ruime tenniskleding gehesen om hun wekelijkse alibi voor het doorbrengen van enige genoeglijke uren aan de bar te realiseren: de tennisles.

Op deze sprookjesachtige avond gebeurde het. Je hebt van die avonden op de tennisbaan dat alles pais en vree is, indachtig de atmosfeer om je heen. Echter, je hebt ook van die avonden die idyllisch beginnen maar kunnen uitmonden in een virtueel bloedbad. Iedere bal die je normaal gesproken met je fluwelen techniek en bijna vederlichte touche deponeert aan de andere kant van het net heeft dan de neiging zijn eigen koers te gaan volgen. De bal heeft dan die hautaine houding van:
OH, dus jij wilt dat ik daar precies in het hoekje bij de baseline neerkom? Daar denk ik nu even wat anders over. Op deze avond heb ik zin in vliegen. Zin om het luchtruim te kiezen richting verre horizonten…mijn idealen achterna….het ruime sop kiezen om brandschattend, plunderend, slempend en schuimend werelden te gaan veroveren en mij van niets en niemand iets aantrekkend verliezen in orgies en andere festiviteiten indachtig onze voorvaderen die daar ook niet vies van waren. Sterker nog, ze zijn er beroemd en berucht mee geworden…………………………………………………..  Zo’n bal dus.

Een bal waarvan een man zegt: Daar wil ik hem niet hebben. En dan bedoel ik niet dat de man een bal krijgt op een plek waar hij hem niet wil hebben, althans niet na zijn 1e levensmaand. Want de 1e maand van de man zijn leven zal een man zeggen: laat de bal maar komen, graag zelfs, maar na de 1e  maand liever nooit meer.  Zo’n bal dus.
Die sloeg ik deze avond doorlopend. De een na de andere kwam bij VKW op het veld, in de voetbalkantine werd al gesproken van de ballenregen uit het tenniskamp….waarbij men niet een intocht van typische blanke mannelijke vijftigplussers bedoelde.

Maar zoals gememoreerd: Op deze sprookjesachtige avond sprak de tennisleraar op enig moment nadat er weer een bal van mij dit keer op de skatebaan belande de historische woorden:
“Focus je op de letters van de bal”
Er viel een doodse stilte. Een mus viel van het dak. Een kat schoot de bosjes in. De tap viel stil. Zelfs de meest luidruchtige Zware Jongens  hielden de adem in en staarden naar de lucht.

“Focus je op de letters van de bal” klonk het weer. Verbijsterd keek ik de tennisleraar aan . Wut?

Hij doceerde: “op de bal staan letters: Pro 1, Pro 2 enzovoort. Probeer je dusdanig te concentreren op de bal dat je de letters kunt lezen. Zodoende focus je je volledig op de bal en de slag die moet volgen. Een wijze raad. Maar wat me nog meer in andere sferen bracht was het fraaie woord “Focus”

Want wat is focus? Ja mijn auto is een focus. Oud en der dagen zat sleept deze zich voort langs ’s Heeren wegen , maar dat werd hier niet bedoeld. Ook niet de Focus van Thijs (dwarsfluit) van Leer en Jan Akkerman: Hocus Pocus en Sylvia.

Nee. Focus. Volgens het woordenboek:

Betekenis ' focus ' fo·cus (de/het; m en o; meervoud: focussen) 1 brandpunt, 2 het zich concentreren op één bepaald punt: de focus leggen op ... zich geheel richten op ...

In dit geval De Bal.
Nu heeft zo’n bal wel heel kleine lettertjes. Binnen de club weten de meeste leden wel van kleine lettertjes, niet in het minst omdat er heel wat leden werkzaam zijn in een beroepsgroep waar men leeft van kleine lettertjes die ze waarschijnlijk zelf hebben gemaakt of verzonnen. Maar de kleine lettertjes op de tennisbal: Da’s andere koek. Maar ik dwaal af. Net als mijn ballen. Ik zal mij meer moeten focussen. Ik ga in retraite en pak de bal en draad de volgende keer weer op.
Focus, that’s the key!


 

  1. Hoe bedoel je?

 

Als ik met mijn vrienden aan de (tennis-) bar zit passeren er vele gespreksonderwerpen. Want tennissen kunnen we matig, praten daarentegen als geen ander. Het ene gesprek is serieus, het andere wel. Buitenstaanders die onze gesprekken trachten te volgen zie je af en toe, zeg maar regelmatig, de wenkbrauwen optrekken,  een grimas trekken, een wazige blik krijgen, een spier verrekken, de lege blik van een konijn dat in de koplampen kijkt imiteren, kortom, verbazing alom.

Want, zie je ze denken: Wat zeggen ze toch? Waar draait het om? Wat is de clou? Wat is de boodschap? Vragen, vragen, vragen…

Het antwoord lieve lezers en lezeressen is simpel, maar de gevolgtrekkingen vrij ingewikkeld:
Lagen, mensen, het draait om de lagen in het gesprek. De oppervlakkige toehoorder (aanrader!) zal weinig bijzonders horen aan de aan de bar gevoerde gesprekken. Haalt de schouders op en schenkt zich een nieuw glas wijn in en heeft verder een fijne avond gevolgd door een goede nachtrust. De wat scherpere observant daarentegen zal met stijgende verbazing constateren dat de ene oneliner na de andere quote de revue passeert. Kijkt men achter de woorden, of zo u wilt, lezen we tussen de regels door, gaan we de lagen ontleden, dan wordt het interessant. Maar daarover later.


 

  1. Hoe bedoel je ook alweer?

 

In mij vorige epistel gaf ik een aanzet tot mijn beschouwingen over het inzicht in “lagen” in een gesprek. Mocht u onderstaande willen begrijpen: lees het even terug [1]
Mocht u mij sowieso willen begrijpen: Lamaar.

Terug naar de “lagen”. Deze “lagen” in het gesprek  kunnen we terugbrengen tot de volgende vraagstellingen:
“Zeggen mensen wat ze bedoelen” en “bedoelen ze wat ze zeggen?”
Al naar gelang de avond aan de tennisbar vordert, (overigens de tennisbar niet verwarren met een turnbar[2], waar geheel andere standjes en  houdingen worden gevraagd, iets waar wij als mannen van een zekere leeftijd zich maar beter niet meer aan moeten wagen, als was het alleen al om niet in een heel vreemde discussie of schemerig licht te komen te staan, of met de Ballet Barre, waar net als bij ons de rek er wel uit is) worden de gesprekken intenser, de humor scherper, de tap stroomt sneller, de muziek wordt beter, de onverstaanbaarheid groter en het begrip tanende.

Een praktijkvoorbeeld? Okay.

Als de man die ik geen nestor meer mag noemen zegt: “Jongens, willen we allemaal nog een biertje?” dan zou dit voor de simpele toehoorder een aanbod lijken om nog een rondje te geven. Echter, bedoelt de goede man dit wel zo? Ik denk het niet. De vraagstelling met gebruikmaking van het woord “willen…enz. moeten we helaas anders vertalen. Hij bedoelt hiermee: “willen jullie nu echt allemaal nog een biertje nu dat we er al zoveel achterover hebben geslagen? Dat zou niet verstandig zijn! Morgen is het weer vroeg dag en worden we allen weer fris en vrolijk op onze werkplek verwacht.”
Het woordje “willen” is hier dus cruciaal. Stelt hij echter in plaats daarvan: “We nemen er nog een van mij!” Dan laat het zich raden: hier wordt gezegd wat er bedoelt wordt: we drinken nog een glas. Bij de eerste zinssnede is dus duidelijk dat we de vraag moeten stellen: Zegt hij wat hij bedoelt? Bij de tweede trekken we direct de conclusie: hij bedoelt wat hij zegt.

Bent u er nog?

Omdat wij met een aantal, zeg maar allemaal, zeer goed van de tongriem gesneden persoonlijkheden zijn, zijn de gevoerde gesprekken een ware uitputtingsslag. Je zult constant scherp moeten zijn om de “lagen” in de gaten te kunnen houden en dat, lieve mensen, valt in het begin nog wel mee, maar na een aantal alcoholische versnaperingen, wordt dat toch wat lastiger. De kunst is dan de lagen samen te persen en af te vlakken tot één grote brij, zodat niemand meer iets van elkaar begrijpt. Net zoals een aantal van jullie nu ook denkt: Waar Gaat Dit Over?! Vandaar dan ook dat ik deze gelaagdheid in de gesprekken vaak terug kan brengen tot de door zijn eenvoud briljante uitspraak van een van onze grootste filosofen (J.C) , weliswaar met een kleine variatie: “Als ik zou willen dat je zou begrijpen wat ik bedoel, had ik het wel beter uitgelegd!”

Ik bedoel maar.

 

[1] TCW’er Jaargang 38, nr. 8 2017 blz. 3

[2] is een multifunctioneel toestel en ideaal te gebruiken voor populaire sporten als street workout, calisthenics, CrossFit en bootcamp


 

  1. Mijn agenda is mij ontnomen!

 


Ik weet niet hoe dat bij jullie gaat, maar ik kan gebeurtenissen in mijn leven,  in een bepaald jaar  heel goed terughalen aan de hand van grote sport-, wereld-  of muziekgebeurtenissen.

Wartaal? Nee! Voorbeeld? Okay!

In 1970 kregen wij thuis onze eerste kleurentelevisie. Hoe weet ik dat dat 1970 was? Simpel: In dat jaar schoot Jair,, of liefkozend: Jaizinho” de rechtshalf  van het Braziliaanse elftal de bal snoeihard diagonaal in de goal van tijdens het WK in Mexico. Dat maakte op mij grote indruk: Een middenvelder die scoorde en die de hele wedstrijd de gehele rechterkant beliep. Ajax en Nederland zou dat 4 jaar later groot maken als onderdeel van het zgn “Totaalvoetbal”. Ik weet dat dus vanwege die kleurentelevisie.

Zo weet ik ook precies waar en wanneer ik mijn eerste biertje dronk: op 7 juli 1974, 15 uur. Op een boerderij in Creil (NOP) waar ik vakantiewerk deed.  Inderdaad tijdens de finale West- Duitsland – Nederland, wk 1974. Hij smaakte niet. De tweede al iets beter. De rest is geschiedenis. Het was, laat ik zeggen, niet de meest gelukkige dag van mijn leven.

Of de ontdekking van en geweldige Duitse(!) rockband die ik tot op de dag van vandaag goed vind. Sterker nog: vorig jaar nog naar een concert gereden in Duitsland: BAP!! Ontdekt tijdens een weekend in 1981 waarin mijn ouders 25 jaar getrouwd waren.

Het gaat maar door:

1988, een van de eerste keren dat ik in het buitenland in een voetbalstadion kwam. Maar dat was dan ook wel wat: EK finale , Nederland kampioen. München is een mooie stad,  de fonteinen wel wat nat.

1997: Laatste Elfstedentocht: Gekeken met zoon van 3 maanden op schoot. Vergeet je nooit meer.

Van het jaar 2002 kan ik mij niets meer herinneren. Oorzaak: Nederland uitgeschakeld voor WK.

En daarom lieve mensen, ben ik zo ontzettend teleurgesteld. De KNVB, met Hiddink en Advocaat   heeft mij mijn agenda ontnomen. Ik heb geen ijkpunten meer. Geen EK in 2016, geen WK in 2018!

Over niet al te lange tijd zal ik worden opgesloten in een bejaardenvolière. Want:
“Vertel eens mijnheer, wat weet u nog van de jaren 2015 – 2020?”..”Uhh niets”…
“Zie je wel: hij lijdt aan geheugenverlies. Niet veilig meer voor de omgeving, we sluiten hem op”
Ik zal een advocaat moeten nemen omdat te voorkomen, hoewel Advocaat…….

En dus hoop ik van ganser harte dat Koeman, die mij 1988 nog steeds laat herinneren, er voor zorgt dat ik vanaf 2020 weer mijn geheugen kan voeden. Ik wil mijn agenda terug.


 

  1. Buitengewoon

 

Ik geef het toe, ….ik heb ook mijn frustraties. Ook de gewone frustraties zoals wij allen: Een bal uit slaan terwijl je zeker bent dat het in zou gaan, een strakke backhand die plots veranderd in een bal die met een zielig pisboogje die de netband raakt….en aan jouw kant terugvalt, een messcherpe service die in de kantine van VKW belandt [1] dat werk. We herkennen het vrijwel allemaal ,( of niet  Zware Jongens behalve A?)

Maar de frustratie die mij al jaren kwelt, die mij af en toe badend in het zweet doet wakker worden, die mijn stoelgang ontregelt is het gebruik van een woord.
Ik snap dat u nu even fronsend naar buiten staart en de woorden langzaam tot u door laat dringen maar het staat er echt. Ik stoor mij al jaren aan een woord, namelijk: Buitengewoon.
Niet aan het woord zelf, maar aan het gebruik er van.. Laat mij dit als zelfbenoemd taalpurist  (geen “taalnazi” ook zo’n k**woord) duiden. Even de korte definitie:
 Buitengewoon betekent volgens Van Dale en volgens mij,( en dan is het zo):
bui·ten·ge·woon (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord; vergrotende trap: buitengewoner, overtreffende trap: buitengewoonst) I afwijkend van het gewone; meer dan gewoon.

Er wordt in mijn ogen van dit woord te pas maar vooral te onpas gebruik van gemaakt. Voorbeeld? Okay: Het is geen gewone mooie bal, als de bal die ene keer wel strak over het netje gaat en onbereikbaar de achterlijn raakt , nee, het is kennelijk een buitengewoon mooie bal. Hoewel er duizenden van dit soort ballen worden geslagen. Onzin dus. Niets is meer gewoon, alles is buitengewoon: buitengewoon slechte smaak, buitengewoon lullige opmerking, buitengewoon lekker eten, buitengewoon blij, buitengewoon grappig stukje,(okay, dat klopt) . Of zoals begin maart van dit jaar toen het nogal fris was: Het is buitengewoon koud weer. Dat klopt niet en klopt wel. Het was niet buitengewoon koud: het is vaker zo koud geweest. Dat het buiten gewoon koud was klopt dan weer wel. Het was stervenskoud.  

Wat valt er nu op? Althans mij: het woord buitengewoon wordt vooral veel gebruikt door politici. Zo gauw men in de politieke arena verschijnt wordt dit een soort stopwoord. Let maar eens op. Niets is meer gewoon. Elk interview, iedere  presentatie, elk debat wordt gelardeerd met het bovenmatig gebruik van het woord buitengewoon.
Het is mij begonnen op te vallen toe de heer Bolkestein fractieleider was van de VVD (1990 -1998).
Ja die, die Els buitengewoon lief vond. Bij hem viel het mij het eerst op. Hij kon (kan) geen zin uitspreken zonder gebruik te maken van het woord buitengewoon. Dieptepunt was in diezelfde tijd Winnie Sorgdrager die op een vraag van een journalist:: “Mw Sorgdrager, waar gaat de reis naartoe?” Haar antwoord automatisch begon met:  “Ik ga buitengewoon…….oh  uhmmm, …..Ik ga naar Nijmegen……enz. ( terwijl wij, als toehoorder, natuurlijk erg geïnteresseerd waren wat Winnie nu gewoon buiten ging doen. Gênant.
Ook de journalisten die vaak in Den Haag vertoeven gebruiken dit woord steeds vaker.
Als je iemand tegenkomt die je niet kent en binnen 5 minuten heeft hij/zij het woord buitengewoon meerdere malen gebruikt, liefst kakkineus,  dan heb je te maken met:  een politicus of een journalist of iemand die zich graag binnen deze kringen zou bevinden. Wat mij betreft moet ieder persoon dat na zijn debuut op radio of TV nog normaal doet, direct van het scherm zo gauw hij/zij de neiging gaat krijgen om het woord buitengewoon meer dan 1 keer tijdens een gesprek te  bezigen.

Zo…Mijn frustratie even kunnen luchten. Nu naar buiten. Gewoon, omdat het kan.

 

[1] Zie de column “Focus” TCW’er december 2017


 

  1. Kan ik iets voor je doen..?”

 

Kan ik iets voor je doen? De titel van een van de vele fantastische nummers van een van mijn favoriete bands: “De Dijk”. De band waarmee ik in 1979 nog een genoeglijke tijd doorbracht in een kleedkamer van een middelbare school in Almelo, waar ze werden overgeleverd aan Grolsch, een drankje dat een Amsterdamse popband niet echt apprecieerde, immers, Heineken was de standaard in hun scene, maar echt groot waren ze nog niet, dus zuipen wat je zuipen kan en ik genoot met volle teugen van het gezelschap en de beugels.  
Ik hoorde laatst het nummer weer eens onderweg op radio 2. Heerlijk nummer, maar ook een goeie vraag. Als de vraag gesteld wordt dan negeer je die niet, maar geef je fatsoenlijk antwoord. De vragensteller wil namelijk wat voor je betekenen. Maar wat doet de dienstdoende plaatjesdraaier? Ruim voor het einde van het nummer kapt hij het af , want, “we moeten door!” Toch vreemd dat men een nummer stopt terwijl al weken van te voren is bepaald dat dit nummer gedraaid moet worden op de bewuste dag en tijdstip. Je zou verwachten dat dit dan wel in zijn geheel gedraaid zou kunnen worden.  Er volgde een kletsverhaal die ruim de tijd van het resterende afgekapte nummer behelsde. Wat een waanzin. De strekking van zijn verhaal was ook nog dat het zo’n fantastisch nummer was. LAAT HET ONS DAN UITLUISTEREN!!
“Kan ik iets voor je doen?”, zong De Dijk. Mijn antwoord aan de DJ: Ja: Klep dicht!

Maar goed, De vraag werd gesteld, het nummer gezongen, de zinnen gestreeld.

Ik moest aan deze strofe denken toen ik in gesprek was met een vriend die in de gaten had dat het met mij  even wat minder ging . Voordat hij de vraag stelde, had hij in zijn gedachten het antwoord al geformuleerd en ging vervolgens handelen. Na ons gesprek ging hij huiswaarts. Binnen 10 minuten kreeg ik een app’je Voordat ik het echt in de gaten had , had hij mijn gemoed al gerustgesteld. Ik krijg kippenvel van het nummer van De Dijk, maar ook kippenvel van zo’n dijk van een vent.

Kan ik iets voor je doen, kan ik iets voor je zijn een soort arm om je heen?” De Dijk 2011

Voor de digitale lezers:


  1. Zijn jullie al begonnen?

 

Wankelend  liepen mijn tegenstander en ik na weer een slopende game richting de bank. Even uitrusten, even een versnapering tot ons nemen, Tegenstander aan het zuurstof, want hij had nog een ander probleempje. Hij wilde eigenlijk even roken, maar moest dus eerst aan het zuurstof. Persoonlijk wilde ik nog even een banaantje wegwerken, want dat zie ik de profs ook altijd doen, dus is het goed. Want die profs doen veel goede dingen hoor, bijvoorbeeld het kiezen van en vrouw, goeie genade wat zijn ze daar goed in. Althans, qua uiterlijk dan, die vrouwen. Daar zit echt geen lelijke bij. Je zou bijna gaan denken: Hoe meer geld iemand verdiend, hoe mooier de vrouw. Maar dat is een nare gedachte van mij. Zo werkt het toch niet? Kijk maar bijvoorbeeld naar de voetballer Ribery. Hij is zelf oerlelijk maar heeft een beeldschone vrouw. Hij is vast heel lief , zorgzaam en goed voor zijn schoonmoeder. Oh wacht….

 Maar ik dwaal af.

Toen we langzamerhand weer enigszins tot ons zelf kwamen, weer een beetje scherper de wereld in keken, de hoofden verkoeld, de dorst gelest, de spieren weer een beetje uit de krampen, de gedachten weer ietwat op orde, kwam daar de alles verwoestende, bergen verzettende, ego verschroeiende,  libido vernietigende vraag:……………………………….. “Zijn jullie al begonnen?”

Tegenstander en ik keken elkaar aan. Ja dat ging inmiddels  weer. Snikkend vielen we elkaar in de armen. Een grotere omslag van vijand tot vriend had er in de geschiedenis in zo’n korte tijdspanne  niet voorgekomen. De ontstane vriendschap tussen  Gorbatsjov en Reagan was zandbakkengedoe in vergelijk met deze ontwikkeling. “Tear down this wall” , werd subiet een voetnoot in de geschiedenis een holle kreet in vergelijking met dit:   “Zijn jullie al begonnen?”

Het ergste is nog dat de vraag gesteld werd door iemand die ik zelden tot nooit op de tennisbaan actief heb gezien. Wel vaak aanwezig , maar dan als commissielid, van de commissie: “verteren is ons credo, het kasoverschot dient vloeibaar genivelleerd te worden” of zoiets.

Hij kwam tussen het in stand houden van de commissie door, want aan de wijn, even langs om te kijken hoe mijn tegenstander en ik ons met alles wat wij in ons hadden, en laten we wel wezen, van buiten lijkt er of er heel wat in ons zit, en dat klopt, maar dan stoffelijk, maar qua skills zoals dat tegenwoordig heet, blijft het behelpen. Dus wat er dan ook in ons zit wordt er met veel pijn en nog meer moeite uitgeperst. Vlak voordat wij naar de hel dreigen te gaan hopen wij dan op een spontane aanmoediging, een positief geluid, een kirrende vrouwenstem die ons weer tot onze positieven brengt, een koele verkwikkende gefluisterde stimulerend “Hup Jongens”. Een sensueel zielenverkwikkende zalvend “Oh jongens wat mooi en goed en al zo lang op de baan maar toch nog zo viriel en woest aantrekkelijk” Maar nee wat krijg je?....................................................... “Zijn jullie al begonnen?”

Kon Cruijff een beetje voetballen?  Is de aarde rond? Hebben we allemaal een moeder? Is regen nat? Is de paus Katholiek?....................................................................................... Zijn jullie al begonnen?

Ja we waren  al begonnen. Begonnen aan het einde.

Het einde was in zicht, maar het zicht is wel wat vertroebeld. . We waren al begonnen maar zijn er nu wel klaar mee. We gaan aan de wijn . Even de kas spekken.


 

  1. Tennis versus voetbal

 

Ooit, ooit was ik een begenadigd voetballer. Lang geleden in  de periode dat ik groeide van kijkbuiskind totdat ik onder de wapenrok terecht kwam. Het had weinig gescheeld of jullie  hadden mij op de tennisbaan niet zonder verholen blikken kunnen aanschouwen. Fluisterend elkaar aanstotend op mij wijzend zeggen: Daar is ie, de maat van Cruijff, de vriend van keizer, de collega van Neeskens, de vijand van Van Hanegem. Ouwe teamgenoten. Maar helaas.

Nadat ik door een zware knieblessure de groene jachtweiden voor eeuwig moest verlaten rees bij mij de vraag: Wat nu te doen qua sport?

Het werd uiteindelijk tennis, zoals jullie begrijpen.

Ik snap jullie meewarige blikken, zuchtende kritieken en troostende woorden. Nee, Ik kan daar weinig bal van. Steeds vaker vraag ik me af: Hoe kan dat toch? Twee balspelen, in één zo goed zijn in de ander zo matig. Wat zijn toch de verschillen  tussen voetbal en tennis? Laat ik een poging wagen dit te duiden.
Voor mij persoonlijk is het duidelijk. Als voetballer wist ik de bal bijna blindelings over 40, 50 meter “op iemands stropdas” te leggen .[1]   Bij tennis doe ik dat ook, maar dan betreft het de stropdas van het dienstdoende bestuurslid dat de baropbrengst naar een hoger niveau aan het tillen is , of een commissielid van de commissie “verteren is ons credo, het kasoverschot dient vloeibaar genivelleerd te worden[2]op het terras 30 meter verderop.
Hoe kan dat?
Ik ben erachter: Bij voetbal kijk je amper naar de bal maar meer over de bal heen in de richting waar je naartoe wilt schieten. Bij tennis kijk je juist alleen naar de bal die je moet raken. Een wezenlijk verschil . Daarnaast is natuurlijk het grootste verschil: Voetbal is een teamsport, tennis een individuele sport. Daar waar de voetballers de tegenstanders niet kunnen luchten of zien, ze met een koele knik begroeten en liefst met pek en veren , blessures en een dikke nederlaag zien vertrekken, doen de tennissers dit compleet anders. De tegenstander wordt hartelijk begroet met een fijne kop koffie en een heerlijk versnapering. Vervolgens wordt de tegenstander een prettige wedstrijd en vooral “veel plezier” toegewenst. HOEZO???? Het doel is toch hen te verpletteren en jankend naar huis te sturen? Nee, bij de tennissers gaan we na de wedstrijd gezellig nog gezamenlijk aan het bier en hapjes. Onbestaanbaar in de voetbalwereld. En ik begrijp het echt niet.
Een ander groot verschil is het gedrag binnen de lijnen. Tijdens het tennissen  wordt er amper gesproken en als de tegenstander een met veel geluk een goed geplaatste bal produceert wordt dit uitbundig geprezen. Binnen de lijnen op het voetbalveld gaat dit er totaal anders aan toe. Het streven is de tegenstander te vernederen door iedere gemiste doelpoging te begeleiden met een smalend: “100 van zulke”.  Tevens trachten we de tegenstander doorlopend verbaal en fysiek te raken. Er worden tijdens de wedstrijd heel wat fijne gesprekken gevoerd. Er wordt bijvoorbeeld regelmatig geïnformeerd naar het nachtelijke beroep van de zus of moeder van de tegenstander of gevraagd of vader al weer vrij is. Zelf vroeg ik mijn directe tegenstander regelmatig of hij genoot van zijn weekendverlof of soms ook ……..
Ook zal de voetballer die de bal verkeerd raakt of een fout maakt die duidelijk maken door dit te laten begeleiden met een welgemeend aanroepen van de goden of meestal verborgen  lichaamsdelen. En dan liefst zo luid mogelijk. Ik (en een collega oud-voetballer) heb deze oeroude traditie voortgezet op het tennisveld maar zie aan de geschokte blikken van de omstanders dat dit toch minder wordt gewaardeerd. Sorry mensen, het gaat er niet uit.
Overigens is het bij de dubbel ook gebruikelijk dat de ene speler de ander speler complimenteert met een afzwaaier van 10 meter met een gemeend: “Geeft niets”. Bij het voetbal ondenkbaar. 50 cm verkeerd passen is vragen om een corrigerende opmerking waarbij het Bargoens de boventoon voert.
Waar er bij tennis met een zorgelijke blik gevraagd wordt aan de tegenstander die ergens een brace of tape heeft aangebracht: “Goh, heb je er veel last van? , en, “ Gaat het?” Werkt tape of verband bij de voetballer als een rode lap op een  stier: Aha: hij heeft een zwakke plek, die gaan we benutten, cq raken! En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Maar goed. De verschillen zijn groot maar er is gelukkig één duidelijke overeenkomst: Het laden der procenten. Daar vinden we elkaar in. Na de wedstrijd moet de adrenaline worden getemd de hartslag naar beneden, de dorst gelest. Okay, jullie tennissers doen dat met de tegenstanders. De voetballers,  zoals gezegd,  jagen de tegenstander naar huis en zijgen neer aan de bar , nadat in de kleedkamer tijdens en na het douchen, ja, voetballers douchen wel, reeds een kratje is verorberd . Het tempo ligt overigens vrijwel gelijk, de procenten bij de tennissers wat hoger, maar het eindresultaat blijft hetzelfde: Totale verbroedering met de clubgenoten. Zingend gaan we naar huis. Daarna knopen we de stropdas om en gaan we weer keurig aan het werk’.

 

[1] Voetbalterm voor het zeer nauwkeurig passen van de bal naar de medespeler.

[2] Zie “De TCW‘er “september 2018, blz 7


 

  1. Racebaan

 

Als kind had ik een racebaan. In die tijd had je als jongen een racebaan óf een modelspoor en -trein bij voorkeur van het merk Märklin. Waar de keus tussen die twee lag weet ik niet precies, maar ik vermoed dat degenen die een racebaan hadden meer bezig waren met snelheid, wedstrijdjes en stunten, elkaar de loef afsteken. Een heuse looping maakte bijvoorbeeld onderdeel uit van de baan. De liefhebbers van modeltreinen en -sporen hadden waarschijnlijk meer affiniteit met gefröbel en rust. Want bij treinen hoorden een stationnetje, overgangen, wissels, fluitjes,  boompjes en beestjes en meer van dat gepriegel. Meer voor geduldige denkers onder de jongens. Totaal anders dan de stoere racers. Mij oudste broer had inderdaad een modeltrein en -spoor en is ook later prima terecht gekomen. Ik daarentegen, als racer, groeide op voor galg en rad.

Hoe anders is het nu! Ik moet tegenwoordig niets meer van racen hebben. Formule 1 is niet aan mij besteed. Als ik filerijden wil kijken ga ik wel een middagje bermtoerist spelen langs de A28.
Max is voor mij niets meer dan de afkorting van Maxima. Wél mooi om naar te kijken.

Ik  moest hier aan denken toen ik over de Brandenweg reed. Wat eens een mooi weggetje tussen de landerijen was,  is veranderd in een racebaan. Zo ben je nu 15 seconden eerder in Zuidveld dan voorheen. Tel uit je winst.
Onlangs werd ik geconfronteerd  met de afsluiting van mijn favoriete route naar mijn werk in Emmen. Normale mensen rijden over de N381 om zo snel mogelijk daar te komen, waarbij je je kunt afvragen: Hoezo wil je zo snel mogelijk naar Emmen ? Wie gaat daar nu graag heen? De N381 gebruiken om zo snel mogelijk uit Emmen weg te zijn vind ik begrijpelijk. Maar ja, dan ga je ook weer snel richting Friesland, want Frieslandroute, en wie wil dat nou weer? Vragen, vragen, vragen.
Daarbij: op de N381 mag je 100 km/h. Is het u ooit gelukt? Mij nooit. Altijd hang je achter een vrachtwagen of een bejaarde die vindt dat een weg in de provincie een provinciale weg, en dus een 80 km weg  is, ook al worden de banen gescheiden door een groene band. “Wat is dat voor gekkigheid?” denkt de seniel, “ik rijd gewoon 80….en voor de veiligheid 70…..of 60… mooi rustig”. En daar zit jij altijd achter.

Ik pak alleen maar de tussendoorweggetjes via Wezup, Zweeloo, Noord Sleen en verder. Lekker rustig, geen verkeer , mooie uitzichten…en misschien 4 of 5 minuten langer onderweg. Geen probleem. Maar helaas.  Afgelopen zomer is men begonnen om van deze rustieke weggetjes, waar je zo heerlijk tot rust komt, om te bouwen tot racebanen. De weg wordt verbreed, nieuw glad asfalt erop: Racen maar! Letterlijk levensgevaarlijk. Bomen wijken geen centimeter. Waarom toch?

Racebanen zijn niet gezond.

Tegenwoordig hebben veel mensen kennelijk een racebaan. Al die mensen zijn zo enorm druk  met hun werk. Racen van afdeling naar afdeling. Racen van klant naar klant. Van lunch naar diner, van hoop naar “Doel ”[1].  Racen van  huis naar werk. Altijd maar druk op de zaak, druk op kantoor…racen racen….elkaar de loef afsteken . Het is niet zo vreemd dat er tegenwoordig zoveel mensen door al dat racen uiteindelijk uitgeblust[2] thuis komen te zitten en dan dus niets presteren. Wat is dan je winst geweest? Per saldo dus waarschijnlijk alleen maar verlies. Alles moet “snel snel vlug vlug”…terwijl als je iets rustiger doet, je misschien 4 of 5 minuten of wellicht een dag later je doel wél bereikt. En je nog plezier hebt ook.

Misschien moeten we allemaal terug naar de trein. De boemeltrein gestookt op kolen die zich amechtig met een gangetje van 40 over de rails verplaatst. Vaste route, rustige gang, geen uitspattingen, geen plotselinge zijwegen, af en toe een flinke stoot op de hoorn en tijd om van je directe en indirecte omgeving te genieten. Goed, dan kom je maar wat later op je werk als later al bestaat. Wat is later? Later dan wat? Hoe dan ook.  Maar wel uitgerust waardoor je waarschijnlijk uiteindelijk “per saldo” meer zal bereiken .

Ik wist het al: Mijn oudste broer was niet gek. 

 

[1] Doel noemt men tegenwoordig “Target” klinkt zo lekker internationaal. Onzin.  Schrijver heeft voorkeur voor gewoon Nederlands

[2] Uitgeblust noemt men tegenwoordig “Burn-out” Zie boven


 

  1. Da’s Muziek

 

Smaken verschillen. Muzieksmaken  ook.. We weten dat allemaal. Ieder luistert naar de muziek die hem of haar aanstaat als het aanstaat. Behalve daar waar je er geen invloed op hebt. Ik noem: winkels,  restaurants, kerken en natuurlijk: Kantines.
En daar lieve lezer, daar valt toch wel een en ander over te zeggen. Op de befaamde woensdagavonden in onze TCW Kantine wordt de muziek gedraaid in opperste democratische harmonie. Behalve harmonie muziek, die komt er niet in, of uit de boxen.

Maar: Dan die andere avonden, Soms moet ik ervan zuchten, Dan niet zoals de befaamde Franse zuchtmeisjes, maar gewoon uit verbazing. Waar menig lid behoorlijk opgewonden wordt bij het horen van de zogenaamde skihutmuziek en binnen de kortste keren in de lampen hangt,  word ik daar altijd een klein beetje misselijk van en vergaat mij alle lust. Als ik het al moet uitspreken doe ik dit zo kort mogelijk, van skihut, naar skut naar…afijn. .Ik verlaat spoorslags het pand en ga thuis in een hoekje op de bank onder een dekentje liggen.

Maar zoals gezegd: Smaken verschillen en we hebben elkaars smaken maar te accepteren. Sommige mensen  (ik noem ze cultuurbarbaren) begrijpen absoluut niet dat ik echte vette blues veruit de mooiste muziek vind die je maar kunt horen, zeker bij een goed glas wijn of live tijdens een concert.
Beter nog:  Met wijn tijdens een live concert. Het zij zo.
Echter: er zijn momenten waar ik geen muziek bij wil. Dat is namelijk als ik midden in het bos ben. Insiders weten dat ik regelmatig verblijf in de buurt van dassenburchten. Ik wil dan niets anders horen dan de natuur en dan het liefst de dassen zelf. Muziek die ik iedereen gun in dit nieuwe jaar. .

 Da’s muziek


 13